Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door het verblijf in onze Inrichting is voor hen een gunstige toestand ontstaan, die vaak geen stand houdt bij het weer terugkeeren tot vroegere, in menig opzicht ongunstige omstandigheden. De levenswijze is' dan weer minder regelmatig, wat in tal van gezinnen ook niet anders kan. De voeding is in vele gevallen minder voldoende, wat ook al aan omstandigheden is toe te schrijven, en schadelijke spijzen en dranken worden niet als bij ons beslist verre gehouden. Men beweegt zich vaak in nauwe, ingesloten vertrekken, waar weinig licht en vooral weinig lucht binnenkomt. En welke de leefregel ook zij, die de medicus bij het verlaten der Inrichting voorschrijft, deze wordt óf minder stellig of in het geheel niet gevolgd.

De terugkeer tot het leven buiten de Inrichting is dan ook steeds door ons als een zaak van groote beteekenis beschouwd. Steeds toch moet worden afgewacht in hoever van volledig herstel zal blijken. En dit is hiervan afhankelijk in hoever de patiënt zal kunnen voldoen aan de zwaardere eischen, die het gewone maatschappelijke leven hem of haar zal stellen. In de Inrichting zijn die eischen niet zwaarder, dan waartoe de patiënt in staat is. Dit is buiten de Inrichting geheel anders. Daar wordt meestal heel wat lichaams- en geestesinspanning van hem gevorderd; hij staat aan meer gemoedsaandoeningen bloot; er zijn allerlei dingen, waaraan hij zich ergert; zijn toorn ontvlamt daarover, zijn drift wordt opgewekt. En dan zijn daar de zorgen, geldelijke zorgen, allerlei wederwaardigheden enz. enz.

Het is, ach, helaas! wel te verklaren dat de gunstige toestand, die het verblijf in de Inrichting heeft gehad, heel vaak geen duurzaam gevolg heeft. En hoe minder men in staat is de heilzame invloeden, waaronder onze patiënten binnen de Inrichting verkeeren, te doen

Sluiten