Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich thuis, op hun gemak, „goed" gevoelen, en dat eensgezindheid en onderlinge hulpvaardigheid weinig te wenschen overlaten.

Dat is van het evangelie de vrucht, dat zich ook werkzaam betoont in hen, die onder onze patiënten leven om hen te dienen. Zij kunnen dankbaar zijn tot zulk eene begeerlijke onderlinge verstandhouding te mogen medewerken. Zij streven er naar het onzen patiënten aangenaam en gezellig te maken. Gemakkelijk is niet en zal nimmer zijn, menschen van verschillenden leeftijd en opvoeding, ontwikkeling en karakter, steeds kalm en beraden te leiden. Er is groot geduld, veel doorzicht en eene groote mate van zelfverloochening noodig om die taak met blijmoedigheid, onverdroten te vervullen tegenover menschen, die, hoe misschien in menig opzicht ten goede veranderd, toch onder den invloed van een toeval of van een ingeworteld karaktergebrek of van sterk ontwikkelde zinnelijkheid, zooveel uitstooten wat den goeden smaak beleedigt en moet doen denken aan een inwendig bederf, dat in zulke onbetamelijkheden uitbreekt. Maar wij beijveren ons een hard oordeel terug te houden, weten de omstandigheden in acht te nemen, leiden onze kranken, zij het met vaste, dan toch met zachte hand, en zijn er op uit door hen eene vriendelijke omgeving te bereiden, hun te vergoeden wat zij in vele opzichten moeten missen.

Een bewijs nu van den goeden geest in onze Inrichting gekomen, is ook het verlangen, onder de mannelijke patiënten ontstaan, om elkander nuttig en aangenaam bezig te houden. Dit leidde er toe datopden310nOctober 1886 werd opgericht door en uitsluitend voor verpleegden op „Meer en Bosch" de Christelijke Jongelings-Vereeniging, onder de zinspreuk „Waar liefde woont gebiedt de Heer den zegen". Deze Vereeniging bestaat nu 20

Sluiten