Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arbeid buiten onze gestichten, onder geheel andere menschen, dan onze toevallijders zijn. Wij wijzen daarop nu slechts met een enkel woord. Waar door onze zusters en broeders gearbeid werd en wordt, is duidelijk en volledig genoeg aangetoond, *) om ieder althans een indruk te geven, dat de zegen groot kan zijn voor menig mensch, menig gezin en menig gesticht, die als vrucht op het werk van in onze Inrichtingen opgeleide personen mag worden beschouwden dankbaar erkend. Van tijd tot tijd bleek ons wel dat al die arbeid, die veelsoortige arbeid, niet ijdel is geweest; veel tegemoetkoming aan uitwendige ellende, veel vrucht, die eeuwig blijft. De volle uitwerking van hun streven onder jongen en ouden, onder gezonden en kranken, kunnen wij natuurlijk onmogelijk bepalen. Doch zeker mogen wij vaststellen, dat wat God door middel van hunne toewijding en dagelijksche inspanning heeft willen tot stand brengen, heel wat meer is, dan wij nu nog met de ooren hooren en met de oogen zien. Het zou aan onze dankbare feeststemming te kort doen, als wij dat niet durfden veronderstellen, er niet door ons geloof ons van verzekerd hielden. Zeker, over eigen werk kan niet één der arbeiders of arbeidsters tevreden zijn. Ieder hunner zal ootmoedig erkennen dat zijn werk er niet naar was om op overvloedige vrucht te rekenen. Doch ieder van hen weet toch ook, dat, als de begeerte er is om ernstig, trouw, eenvoudig en blijmoedig te doen wat de hand vindt om te doen, God het goede dat daarin is, voor zijn werk gebruiken wil, en dat Hij tot onze verrassing en bemoediging niet zelden doet boven bidden en denken.

Ook met het oog op den arbeid in zoo menige inrichting, zoo menige stad of wijk en zoo vele huisge-

') Men leze blz. 115 v.v.

Sluiten