Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God van den hemel zal het ons doen gelukken. \an vertragen wil niemand onder ons weten. Met moed en ijver willen wij doen wat onze hand vindt om te doen.

Wij zijn er ons wel van bewust dat met uitbreiding van den arbeid, de behoeften nog meer, de zorgen grooter worden, en onze verantwoordelijkheid toeneemt. Maar hulpe van God tot hiertoe verkregen hebbende, zou het slechts gebrek aan vertrouwen verraden, wanneer wij niet gewillig en goedsmoeds vooruitgingen, wanneer God ons duidelijk liet ,voorwaarts" toeroept.

Immers — en dat wil toch ook voor de toekomst wat zeggen — 23 jaren achtereen heeft zich in al de gevallen waarvoor onze arbeid ons plaatste, God op verschillende wijze zijne uitnemende zorg voor ons getoond, ook door het ons aan de waie belangstelling der menschen nooit te doen ontbreken. En nu zouden wij in zijn oog en in dat dier menschen slechts kleinmoedigen zijn, als wij het nieuwe tijdvak, dat zich voor ons opent, niet met goede verwachtingen van de hulpe Gods en de medewerking van allen, die ons genegen zijn, duifden ingaan.

Voor een ruimer arbeidsveld is groote ruimheid van blik en van hart noodig.

Dat het daaraan maar nooit ontbreke bij wie ook van hen, die geroepen zullen zijn met ons den arbeid te besturen of ons daarin te vervangen!

Wij stellen onder Gods heilige bescherming onze Inrichtingen, onze gebouwen, onze kranken, onze posten, ook buiten Haarlem en Heemstede, de behoeften van allen, die hulp behoeven en de middelen van allen, die voor de hulpbehoevenden voelen, benevens de personen van hen, die hen persoonlijk verzorgen en leiden willen. Het zal wel niet ontbreken

Sluiten