Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achting van den staat, deels in de hoop. dat hunne zoons later aan eene oproeping tot den krijgsdienst zouden ontkomen, want > de liefdeleer des Heilands verbood het zwaard te dragen.

Het meest kenmerkende van hun optreden was echter: de verwezenlijking van «mi Christelijk gemeenschapsleven naar het voorbeeld der oudste ^ïristengemeente.

Hunne godsdienstig-communistische Broederschap, wekte eerst in 1892 in ruimer kring belangstelling, toen Mr. H. P. G. Ouack ons een eenigszins volledig beeld van hun werken en streven ontwierp.

? Mogen we deze «Zwijndrechtsche Nieuwlichters» nu tot de «godsdienstige Socialisten» rekenen?

M.i. is dit te veel.

Mr. Quack zegt: «Wel is waar maakte het Fransch Socialisme van de negentiende eeuw reeds veel gebruik van den factor van Godsdienst — wij hebben St. Simon zien optreden met zijn «Nouveau Christianismes, wij hebben Cabet zien aandragen zijn «vrai Christianisme». Maar altijd gaven zulke stappen toch den indruk, alsof voor de ontwerpers zeiven het saamvallen van hunne leer met de beginselen van het Christendom als het ware iets bijkomstigs, een gelukkig toeval was.

Toen de Socialist aan het einde van zijn systeem was gekomen, was hij blijde, dat de resultaten, die hij had verkregen, ook bij het Christendom (in zijn eerste reinheid) waren terug te vinden. Doch er waren andere socialisten, die godsdienst als uitgangspunt van geheel hun streven namen. Deze begonnen met datgene, waarmede de eersten eindigden." (*)

Nu is het waar, dat ook de Nieuwlichters den godsdienst als uitgangspunt van geheel hun streven namen en dat zij kwamen tot communisme; zijn ze dus socialisten te noemen, dan is hunne plaats onder dat z.g. godsdienstig socialisme.

Maar ik zou hen liever niet onder de socialisten rekenen, want daarmee leggen we grooter nadruk op het maatschappelijke van hun streven, dan zij zelve wilden.

Hun communisme was in 't geheel niet bedoeld als oplossing i der groote maatschappelijke vraagstukken — een poging tot verbetering der maatschappelijke toestanden was iets zeer bijkomstigs i in hun program; zij werkten in stilte aan de komst van het godsrijk

(') Mr Quack „De Socialisten" Amst. 1900 deel III blz. 329.

Sluiten