Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De stijl van deze verhandeling verschilt aanmerkelijk van de onbeholpen wijze van uitdrukking, die we in de andere opstellen gewoon waren. Hier spreekt een logische geest, een ontwikkeld belezen man. Bijbelplaatsen worden geciteerd „volgens de vertaling van Prof. Y. van Hamelsveld."

Dezen J. Obeloo kennen we uit het copieboek D, als een der broeders op „het Groenewoud" het tehuis der Mijdr. afdeeling. Hij was beëedigd landmeter geweest (*), bij afwezigheid van Dirk Valk was hij daar voorganger.

Hij overleed op Zondag 28 Juny 1835 en op den morgen van zijn sterfdag had hij brieven geschreven „met eene aanteekening hoe God hem was voorgekomen, dat hij sterven zoude" zoo verhaalt de brief van Valk(2), waarin Valk tevens verzoekt „verschoond te blijven van condoleantiebrieven, zooals men dit in de wereld noemt, want wij zijn niet droevig, dat God ons uit dit aardsche tranendal in een vreugdevol zalig leven overvoert."

Na vergelijking van den stijl en de eigenaardigheid van voorgenoemd opstel met het anonyme :

„Eene voorlezing aan de Christelijke Broeder Gemeente huisvestende op Groenewoud, in de Gemeent Mijdrecht, Provintie Utrecht: bij gelegenheid der eerste verjaardag van het overlijden harer Oudsten broeder dezer Gemeente op aarde met name Stoffel Muller. Overleden te Varik den 3 Aug. 1833". (Godgel. No. 8619),

acht ik het zeer waarschijnlijk, dat we genoemden J. Obeloo als auteur moeten rekenen ook van dit laatste opstel.

Weer toont de steller groote belezenheid. Hij ziet de „Godsregeering op de aarde" in de „vertaling der Septuagint — de uitvinding der Boekdrukkunst en de Fransche Revolutie — die allen meewerken tot de opvoeding van het menschdom" ... „De heerlijke vrucht is het werk der St. Simonisten, die door God gebruikt worden om de aarde verder om te ploegen opdat dezelve bekwaam worde om het zaad der Godheid te ontvangen". (3)

(') Copieboek D No. 4

(*) Copieboek D No. 25

(.*) Het is opmerkelijk dat we van Dirk Valk geene andere verhandelingen hebben, dan zijne bijdragen in Mullera boek: „De waarheid van Gods vrijmagt'' en zijne brieven. Uit deze brieven weten we alleen, dat Valk een boekje schreef. getiteld: „wjjsgeerige bedenkingen."

Ook vinden we daar nog — alleen bij den titel — genoemd een geschrift van Muller: ,,De bedorven mensch".

Sluiten