Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met dezelfde liand is dan later er naast geschreven : „Het stuk is uit de pen van Capadose".

In de „Geschied- en aardrijkskundige beschrijving van den Zwijndrechtschen Waard" door J. W. Regt (Zwijndrecht 1848) komt een eenvoudig, doch belangrijk hoofdstuk voor over „De Broedergemeente" blz. 53 ev.v.

Hier vertelt een tijd- en plaatsgenoot, die het geheele verloop der Broedergemeente heeft overzien. De schrijver was n.1, „Schoolonderwijzer te Groote Lindt", dus juist halverwege tusschen Puttershoek en Zwijndrecht. Hij schijnt ook Mullers (onuitgegeven) „de Waarheid van Gods Vrijmagt" gekend te hebben.

\Tog weinig was tot op dien tijd een onderzoek naar de Zwijndrechtenaars de moeite waardig gekeurd. N. C. Kist was de eerste > die de aandacht op hen vestigde en aandrong op een onderzoek.

In het Ned. Archief voor Kerkel. Gesch. etc. uitgegeven door N. C. Kist en H. J. Royaards 9e deel 1849, na hel bericht van q van Campen over de secte van Jan Mazereeuw, schrijft Kist (blz. 112) „ik herhaal openlijk mijn verzoek om aangaande eene andere nog merkwaardiger Sekte welke ... onder de leiding van zekeren Stoffel Muller hier te lande te voorschijn trad . .. van iemand, deskundig, een soortgelijk bericht voor het Archief

te ontvangen.

Helaas volgde er niets.

Eerst in 1887 schreef E. Cats Wor, vroeger predikant te Mijdrecht, zijne herinneringen aangaande de destijds daar gevestigde afdeeling neer en gaf ze in de: „Bibliotheek van Moderne Theologie en Letterkunde. Deel VIII 1888 blz. 133 env.

1S92 w erd voor de kennis der Broederschap een gewichtig jaar P. G. Quack gaf in 2 nummers van het Sociaal Weekblad (30* April en 28 Mei 1892) eene studie, die wegens het vermelden van brieven en mondelinge mededeelingen onder de bronnen

genoemd blijft.

De Kerkelijke Courant van 1892 (No. 19, 20 en 23) nam de

artikelen in hun geheel over.

i i i, «T-i.-i Ann rrrnriVi ^ Pn nO(T ^

UddUld VCISUIV^II * O l ^ V

in het Augustus nummer van de Gids (1892 blz. 230 env.) gaf (') „Zie ,.üe Gedenksehriften van Maria Leer. \ oorrede blz. V.

Sluiten