Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kerkenraad zich verplicht, om ter voorkoming van verder bederf in de Gemeenten, te waaken, en zulke middelen in het werk te stellen, welken, onder inwachting van den Godlijken zegen, dienstbaar zijn kunnen om dat bederf uit de Gemeenten te weeren en den Dwaalende te regt te brengen. — En het is daarom, dat den Kerkenraad beslooten heeft, den Predikant benevens de Ouderlingen te committeeren, om in hunne aanstaande Huisbezoeking ten bovengemelden einden alles aan te wenden, hetgeene zij in bizondere ontmoetingen zullen oordeelen te behooren — maar vooral met uitdruklijke last, om voornoemde Dirk Valk en zijne Huisvrouw Helena van der Gijp, en verder alle zulke Litmaaten dezer Gemeenten welken de Gevoelens en handelingen van voorn. Dirk Valk zijn toegedaan, voorstaan en helpen voortplanten, te vermaanen om zich Provisioneel van de aanstaande Avondmaalsviering (ter voorkoming van verdere Krgemisse in de Gemeenten) te onthouden."

Omtrent de 'eigenaardige opvattingen van Valk geven de notulen dus geen licht en zij zwijgen ook verder over hem. Waarschijnlijk geldt het een zijner aanhangers, als in de notulen der vlg. Kerkeraadsvergadering melding wordt gemaakt van zekeren Ary Binnekade, die voor de vergadering geroepen „deselven beschouwden als een Vergadering van den Duivel en, dat die Vergadering bedoelt wierd door den Apostel Johannis in zijnen derden Brief het Negende en tiende vers, met bijvoeging, al wat gij tot mij spreekt, is uit den Duivel.

En Eindelijk, bij zijn heenengaan uit de vergadering sprak hij in 't bijzonder tot den Predikant en zeiden, gij hebt u tegen den Heiligen Geest bezondigt."

In zijne vele brieven geeft Valk ook weinig mededeelingen van zijn eigen leven, Het eenige, dat hij ons naliet, is een verward en duister verhaal in een brief van 24 Maart 1834. (*)

„Voor en aleer ik ooit dagt te Waddinxveen te zullen komen zeide de vroomen van mij dat ik diepe zelfkennis bezat; en na dat ik met Plaat bekend was geworden, te Warmond wonende, beminde ik broeder Stoffel, en kon mij, tijdvakkelijk, met de Zaligwording van alle menschen

(l) Copieboek A blz. 14.

Sluiten