Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

streden, door 't geloof, dat alles uit God was; en dan gebruikte ik alles om mij in den hemel te plaatzen; maar toen God ons te Waddinxveen geplaatst hadt, op eene, voor het vleesch, beminnelijke troon en ons daar nu, voor zijnen dienst, met al wat wij hadden, bereidde, toen werdt 'het regt openbaar wat mijne zelfkennis, geloof en liefde was. Enkel bedrog, vijandschap en zelfzoeking, ongeoorloofd en onmogelijk om uit te drukken."

Dit bericht bevestigt dus, wat Valk in de „Memorie" schreef, dat hij eerst tijdens zijn burgemeesterschap een recht inzicht kreeg van wat hij het ware Christendom bleef noemen.

De gedenkschriften van Maria Leer gaven tot heden toe vrij wel de eenige berichten omtrent de voorgeschiedenis der Broederschap, en vooral omtrent den persoon van Valk wisten wij weinig, omdat hij reeds spoedig buiten den kring trad, waarin Maria verkeerde en waarvan zij verhaalde. De stukken betreffende de Mijdrechtsche afdeeling plaatsen Valk echter in een helderder licht en geven tevens een belangrijke bijdrage tot de kennis van de eigenlijke

oprichting der broederschap.

We leeren Valk en zijne vrouw meer waardeeren, dan — alleen

op gezag van Maria — tot nu toe gedaan werd.

Dat Maria, toen zij hare gedenkschriften opstelde, weinig met het echtpaar Valk ophad, zal verklaarbaar worden, als wij de

scheiding bespreken. .

Door Maria wordt juffrouw Valk voorgesteld ais een simpel

vrouwtje, die „zacht van aard, steeds instemde bij wat er omging

en besloten werd" ('), zoo'n beetje ouderwetsch bekrompen;

Valk wel vol liefde voor de broeders, zelfopofferend in al zijne

handelingen, maar toch: „meestal mijmerend over het aanstaande

M OngetJlijfeld is Valk niet zulk een krachtige figuur als Muller of Maria, maar men doet hem onrecht, door hem als een droomer

voor te stellen.

Wel is waar, wat mr. Quack zegt: (3) „de grondtoon van zijn

leven was, dat hij de komst van Jezus op aarde verwachtte en

de stichting van diens rijk op aarde verbeidde", maar dit isnog

niet gelijkwaardig met „droomer .

I1) AngrapheuB t. a. p. blz.

(8) Anagrapheus t. a. p. blï. 61.

(5) Gids t. a. p. blz. 235.

Sluiten