Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze kan waar zijn. Troost te vinden in de leer der erfzonde is echter gevaarlijk voor eene ernstige opvatting der zonde — en in Maria's latere leven zullen we zien, dat ook zij schipbreuk leed op een oppervlakkige beschouwing van het kwaad.

Een gevolg van de opneming in het Weeshuis was, dat Maria, hoewel van huis uit Luthersch, Gereformeerd werd. Zij is tot lidmaat aangenomen op den 6den November 1806.

Reeds vroeg verliet zij het weeshuis — 3 Mei 1808 — en nu begon die negenjarige zwerftocht — want veel anders was 't niet — waarvan haar gedenkboek uitvoerig verhaalt. Een leven vol afwisseling en toch in den grond slechts de herhaling van dit eene: haar moed, haar innemend voorkomen en hare handigheid openden alle deuren, haar onbezonnenheid sloot ze weer achter haar. Zij „sloeg" zich door de wereld. We leven met haar mee in die jaren — ze boezemt ons voortdurend belangstelling in — maar toch ... ze heeft iets hards. Nu glimlachen we bij het lezen van hare scherpe uitvallen, maar als we tegenover haar gestaan hadden, zou die hardheid ons alles behalve een glimlach gegeven hebben.

„Eene aantrekkelijke persoonlijkheid kan Maria Leer niet genoemd worden, vooral in haren eersten leeftijd niet", zoo schreef Ds. Maronier in het voorwoord der gedenkschriften. Dr. van Gorkpm vatte het voor Maria op : „aantrekkelijk van het begin tot het einde,' aantrekkelijk en beminnelijk beide."

Dat is te veel gezegd. Ze imponeert en zal dat nog wel meer gedaan hebben op haren kring, maar toch ... ze was niet algemeen geliefd. Ik spreek nu niet van wat me verteld werd in de kringen van Mullers familie — ook dat oordeel kan partijdig en minder betrouwbaar zijn — maar vele anderen hadden herinnering aan minder beminnelijke trekken.

Over 't geheel werd Muller meer geliefd en geacht.

Zij was ontegenzeggelijk een buitengewone vrouw, krachtig van geest, doortastend in haar optreden, ze had iets mannelijks. Later zullen de scherpe kanten wel wat afgeslepen zijn, maar vooral in de eerste perioden van haar leven werd hare al te groote beslistheid haar noodlot; van schikken wist ze niet, ze was te absoluut, zij sloeg gauw door in hare levendige natuur.

We kunnen ons haar voorstellen, zooals Dr. van Gorkum haar beschrijft: „onder 't lezen van hare gedenkschriften zag en hoorde ik haar weer, zooals zij zat te vertellen in mijn kamer te Leiden. Zij was toen een eind reeds de zeventig in, maar helder straalden

Sluiten