Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wonderbare werking nog wel eens eenmaal tot klaarheid zou komen, wanneer knappe menschen er zich mee gingen bemoeien. Ze had van Spiritisme hooren praten, er ook wel van gelezen en dat zou, zoo dacht ze, wel verwantschap kunnen hebben met wat zij had bijgewoond."

En daar stapt Maria naar den Haag, om den Heer Revius, den schrijver van enkele artikelen over het spiritisme, op die „slaapster" opmerkzaam te maken; en zoo naief is hare overweging: „zou hij zich de moeite niet willen geven om met die vrouw eens te praten om zoo elkaar voort te helpen in het vinden van.de waarheid ?" («)

De persoonlijke herinneringen waren bij al de ouderen, die ik over Maria sprak, nog zeer levendig. Zij was een flinkgebouwde vrouw met levendige, blauwe oogen, donker haar, terdege bij de hand en welbespraakt. Een paspoort, dat van haar bewaard gebleven is, (2) geeft als haar signalement: „lang eene Elle, zes Palmen en vijf duimen, hebbende : aangezicht langwerpig, voorhoofd rond, oogen blauw, neus klein, mond ordinair, kin rond, haar zwart, wenkbrauwen zwart, twee lidteekenen onder de kaak."

Op rn'n vraag, of zij ook den indruk maakte „zenuwachtig of opgewonden te zijn" was het eenstemmig oordeel : neen ! 'n Oude vrouw, als kind in de broederschap opgevoed en eertijds speelkameraadje van Maria's oudste dochtertje, Stoffelina, begon hartelijk te lachen bij deze vraag. „Mietje zenuwachtig? zoo iets moest je bij haar niet zoeken, 'n kordate vrouw, die nergens tegen opzag; als ze in een winkel kwam, durfde ze gerust de gewichten in de hand te nemen, om te zien, of ze wel geijkt waren."

Een ander verklaarde : „ze wilde altijd graag wat leeren en nam een les dankbaar aan, maar ze was zeker van wat ze wist en kwam daarvoor soms onbescheiden uit".

En Dr. van Gorkum vertelde mij : „Hysterisch was ze niet. Abnormaal? — ja, zooals ieder in zekeren zin iets abnormaals heeft. Als de wereld vol was van figuren als Maria, zou 't niet goed zijn. Zij heeft veel gedaan, veel gedacht en veel geleden, zij was een door-en-door-godsdienstig mensch, benijdenswaardig was dat diepe gevoel van overgave en zich één gevoelen met

(*) Anag. t. a. p. blz. 122.

t1) ln het gemeente-archief te Zwjjndrecht — gedateerd 7 Aug. 1832.

Sluiten