Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maria was een dier naturen, die met geen halve dingen kunnen leven ; zooveel ernst als ze gemaakt had met het zoeken, zooveel kracht ontwikkelde nu ook de gevonden zekerheid. In het gevoel van de realiteit der zondenvergiffenis moest een karakter als Maria ook weer onmiddellijk gaan optreden tegen die herhaalde betuigingen van verdoemelijkheid uit den mond van ware geloovigen.

„Christus heeft voor ons betaald," was dan haar woord, »en nu behoeven we niet telkens weer aan te komen met bekentenissen van schuld en verdoemelijkheid."

Niet al te duidelijk is Anagrapheus op blz. 24, waar ons de botsing van die twee beginselen wordt geschetst; 't zal echter niet alleen de schuld zijn van Anagrapheus, want zoo echt natuurlijk lijkt het mij, dat er op het gezelschap ook een voortdurende verwarring van twee twistpunten heeft plaats gehad.

Maria plaatst haar bewustzijn van de realiteit der schuldvergeving vierkant tegenover de realiteit van het schuldgevoel bij de anderen. Maar dwars door dit dispuut heen loopt nog een strijd over twee andere tegenstellingen, in nauw verband staande met de vorige.

De absolute eisch van Maria, dat de wedergeborene nu moet en kan volbrengen den wil des Vaders, wandelen zijner roeping waardig, botst weer met de ervaring, door de anderen uitgesproken in dat: wij struikelen allen in velen." Het is de strijd van het ideaal tegen de werkelijkheid.

We staan hier voor een van die vragen in het geloofsleven, die in alle tijden zich moeten opwerpen — waarmede ook wij te doen hebben — schijnbaar onverzoende en onverzoenbare tegenstellingen, beide waar, beide in hare scherpste consequenties onwaar.

De schuld i s vergeven in Jezus Christus — wij z ij n gereinigd in Hem en Maria had recht, toen zij optrad tegen dat voort-

derende „wee" en „ach", tegen dat klagen over verdoemelijkheid,

zonder ooit te komen tot de blijdschap des geloofs, tot de zekerheid : „zoo is er nu geene verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn (Rom. 8: 1)

Helaas, die kringen zijn maar al te waar door Anagrapheus geteekend — daar heerscht een miskenning van het werk van Christus, daar is een bedroeven van den Heiligen Geest, ook in orthodoxe termen.

En toch... „vergeef ons onze schulden" is door Jezus als een dagelijksche bede naast het : „geef ons heden ons dagelijksch

Sluiten