Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar tevens was het leven volgens hen een wachten op de toekomst des Heeren. (')

Volgens Anagrapheus sloten enkelen dezer Wurtembergers zich bij Muller aan en maakten de reis met hem mee in de gereedliggende aken.

Valk zou vooruitreizen naar Waddingsveen, Muller en Maria met de schepen volgen. Het plan was, de schepen te Puttershoek te sloopen, maar op de doorreis zou men eerst nog enkele dagen te Waddingsveen overblijven.

Het werden gewichtige dagen voor Muller en Maria, toen ze op de vaart rustig met elkander konden spreken over hunne wegen en hunne idealen. Het stond bij beiden vast: zij moesten de handen ineenslaan tot het vormen eener geregelde samenleving, met de voorschriften van Jezus tot grondwet.

Zeker wel wat haastig, kwam ook het gesprek op het huwelijk in zulk eene Broederschap. God was meer dan de overheid, zoo meende Muller, en een huwelijk in God was hooger dan die uitwendige band door den staatsambtenaar gelegd.

Steeds meer voelden beiden zich tot elkander aangetrokken en „Muller achtte zich voor God en zijn geweten gescheiden van zijne echtgenoote; deze had hem van zich gestooten en de eenheid des geestes, de samenstemming in godsdienst en levensopvatting was, naar Mullers meening, het een en het al, dat man en vrouw te zamen verbindt; waar dat ontbrak, achtte hij naar 1 Cor 7 : 15 [2] de banden des huwelijks verbroken. Hij vond zich dus gerechtigd, een nieuw huwelijk aan te gaan." (3)

Maria had met deze opvatting vrede en de plaats, die hun aangewezen was in de toekomstige Broederschap, zouden zij innemen als man en vrouw.

Aldus besloten kwamen zij te Waddingsveen aan en daar hadden nu de gewichtige gebeurtenissen plaats, die leidden tot de plechtige oprichting van de Broederschap, „het nieuwe Godsrijk op aarde.

Tot nog toe kenden we die omstandigheden alleen uit de gedenkschriften van Maria Leer. Zij verhaalt als volgt: (4)

,,Na twee dagen varens waren Muller en Maria in den morgen-

(') In 1818 hebben zij hun eigendomsinventaris, wat elk in de gemeenschap had ingebracht, vernietigd en uitdrukkelijk in 1836 in hunne constitutie bepaald, dat het eigendom door nieuwe leden ingebracht, het volstrekte eigendom der gemeenschap zou wezen.

|l] „Indien de ongeloovige scheidt, dat hij scheide."

(*) Anagr. t. a. p. blz. 46.

(*) Anagr. t. a. p. bh. 45—48 verkort.

Sluiten