is toegevoegd aan uw favorieten.

De Zwijndrechtsche Nieuwlichters

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stond te Waddingsveen aangekomen; Valk en zijn geestverwanten ontvingen hen vriendelijk.

Juist op dien dag zou de begrafenis van een der vrienden plaats hebben; diens weduwe had in den geest een lijkstatie gezien, waarbij Stoffel Muller en een vreemde vrouw met palmtakken in de hand vooraan gingen.

Muller en Maria moesten nu natuurlijk ook vooraangaan in den begrafenisstoet en naast elkander zitten bij het begrafenismaal.

Uit Warmond en omstreken waren vele geloofsgenooten toegestroomd; een lange tafel was in de open lucht aangericht: men bad, at en dronk, zong en danste en omhelsde elkaar — tot laat in den nacht.

Het volk vernachtte in de schepen, Muller en Maria logeerden bij Valk. Den volgenden morgen waren aan het ontbijt in Yalks huis ook Arie Goud met zijne vrouw. Sprekend over hunne plannen, geraakten de vrienden in geestvervoering en opspringende van hunne zitplaatsen zwoeren zij, plechtig de handen in elkaar leggend,

een eed van trouw.

Door het verbond van dit zestal (Valk en echtgenoote; Muller en Maria; A. Goud en echtgenoote), kan deze dag beschouwd worden als de geboortedag van de Broederschap.

Een groote toeloop van geestverwanten kwam er, de geestvervoering bleek aanstekelijk en de opgewondenheid steeg ten top, toen de weduwe van den overledene, in extase, Muller en Maria als echtpaar begroette. Met hangende haren, opgeheven armen en verwilderde oogen ging ze vlak voor Muller en Maria staan : „In een droom had ze hen gezien als Adam en Eva in den Hof van Eden, met een eerekroon boven hun hoofd", en de opgewonden broeders riepen hen uit als: „het eerste paar van een nieuwen hemel en eene nieuwe aarde."

Na het aftrekken van den rumoerigen troep werden de schikkingen voor de broederschap gemaakt. Gemeenschap van goederen en gelijkheid (ook uiterlijk in de kleeding) zouden worden ingevoerd." (*)

De voorstelling in Maria's gedenkschriften is vrij natuurlijk en ook de groote aanhang, waarvan hier reeds sprake is, schijnt werkelijk historisch te zijn — we vinden daarvan een bevestiging in een ander bericht over deze dagen.

(') Zonderling is het, dat Anagraphens op blz. 58, na het verhaal van vele wederwaardigheden, nogmaals een formeel verbond van hetzelfde zeatal vertelt.