Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De voorstelling van Valk is zeker phantastisch genoeg en zonder aarzelen zullen wij de voorkeur geven aan het verhaal van Maria. Dat Maria Leer in den brief van Valk niet zoo op den voorgrond treedt, als in hare eigene gedenkschriften, is verklaarbaar en dat ze hier af en toe een steek krijgt, verwondert ons evenmin, als we bedenken, dat deze brief geschreven is bij de afscheiding van Mijdrecht, een breuk, waartoe Maria veel aanleiding had gegeven.

Dat daarentegen Valk met zijne vrouw hier de eereplaats innemen, volgt ook al uit de verhoudingen van die dagen. In vele opzichten geeft deze brief echter een bevestiging van Maria's verhaal, namelijk in de teekening van de algemeene opgewondenheid, in de aanduiding van Ary Goud als een dweepziek, extatisch persoon en in de melding van het feit, dat reeds in het voorjaar van 1817 in de omstreken van Waddingsveen vele geestverwanten werden gevonden.

De broederschap was dus gesticht — de uitbreiding zou plaats hebben onder lijden en vervolging.

Sluiten