Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

We gaan verder met het derde verhaal.

Op 20 April was het volksrumoer nog niet bedaard.

„Stoffel Muller, A. Goud, Maria Leer en S. Wulfse werden uit den huize gehaald en vervolgens gebonden naar de gevangenis te Gouda gebragt, alwaar zij dezelve drie maanden, als misdadigers hebben doen zitten, zonder hen ééns te verhooren of te vonnissen." (')

Na het vierde verhaal -— (dat hier tusschen de brieven geraakt is)

een korte melding van de molestatie van Cornelis Verdoes en

Adrianus Verstraten op 22 Juny 1818, geeft het Bijvoegsel nog eenige brieven, door Stoffel Muller uit de gevangenis te Gouda geschreven.

Opmerkelijk is de stoute toon en de krachtige taal, waarmede de eenvoudige schipper zijne zaak verdedigt, hij smeekt geen genade, hij eischt recht en zijn brieven zijn dan ook allerminst geschikt om tot mildheid te stemmen. De eerste brief is geschreven 24 April 1818 „aan den commissaris van Politie te Gouda, teneinde een ieder zich daarnaar, overeenkomstig Gods

wil zoude kunnen gedragen"•

Hij zet krachtig in! ,,Aan den goddeloozen Man, en hij zij, wie hij zij, die bewerkt hebben of nog bewerken, dat ik en mijne Broeders en Zusters zoo mishandeld worden.

Vrede en Zaligheid !

Indien Gij U niet bekeert van uwe booze handelingen, zoo zal

God de Phiolen zijner Gramschap over Ulieden uitgieten

ziet toe voor U zeiven! ik heb het U gezegd De God des

Vredes heilige deze weinige regels, in de verdrukking dezer laatste tijden geschreven, aan de harten van ieder, die het hooren mag. ... Ik verkies niets, maar God wil iegt en geregtigheid etc.

Zelfs tot den Koning richtte Muller zich en op den Zondagmorgen van 23 Aug. 1818 werd zijn adres den koning brutaal in de hand gegeven, toen deze de Kloosterkerk binnentrad.

Ik ontleen aan dat adres nog het volgende : „Indien het Gods wil is, wenschten wij u wel mondeling te spreken, o Koning ! dewijl wij zaken van het hoogste belang aan u te zeggen hebben,

(i) Blijkbaar doelt deze gevangenschap te Gouda op dezelfde, als waarvan Maria verhaalde. Volgens haar duurde de gevangenschap echter niet zoo lang. Trouwens, ditgeheele verhaal lijkt mij wel wat sterk gekleurd. Weer is hier verwantschap met den vroeger geciteerden brief van \ alk.

Sluiten