is toegevoegd aan uw favorieten.

De Zwijndrechtsche Nieuwlichters

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te gaan. Op den 14den daaraanvolgende zijn zij op het stadhuis te Utrecht in de gevangenis gebracht en eerst op den 18 Nov. 1818 losgelaten."

Het zesde verhaal meldt, dat „Teunis van den Broek, Dirk Valk niet deszelfs huisvrouw en dochter op den 9den Nov. 1819 te te Leiden kwamen, ten einde Laas Fokker Veenstra, aldaar woonachtig, een Christelijk bezoek te geven. Een dienaar der Justitie kwam hen aanzeggen, oogenblikkelijk met hem mede te gaan naar den Officier der Justitie met name J. Verschuur. Deze schold hen op eene ontmenschte wijze en lasterde, zeggende tegen D. Valk: je Hoer staat daar buiten! meenende zijne vrouw, die, benevens zijne dochter in den gang, aan de deur moest blijven staan." Valk werd met zijn gezelschap „als misdadigers naar de schuit getransporteerd."

Voorwaar, „een eentoonige geschiedenis van smaad en lijden", en wie zal nog beschrijven de tallooze kleine en dagelijksche kwellingen, door de spotzucht van het volk hun aangedaan?

Van het gemeen kunnen wij dergelijke dingen begrijpen; wat men niet begrijpt, wordt bespot; maar hoe moeten wij de houding der overheid tegenover de broeders beoordeelen?

Waar bepaalde overtredingen der burgerlijke wet waren te constateeren, moest de Justitie tusschenbeide komen — maar wij moeten helaas getuigen, dat er menigmaal onnoodig, en onverdiend hard tegen hen werd opgetreden.

Zij vielen niemand lastig, of het moest zijn met een vaak al te vrijmoedige prediking; en als er werkelijk een gegronde aanleiding was voor inmenging, dan zal dat meestal wel geweest zijn : de dreigende samenscholing van het nieuwsgierige en spotlustige publiek, dat door de zonderlinge verschijning en de eigenaardige prediking der broeders werd saamgeroepen.

Veelal volgde slechts een voorloopig arrest en werden de broeders zoo spoedig mogelijk weer losgelaten — en we geven toe, dat zulk een hechtenis wel eens een weldaad kan zijn geweest, om hen aan den haat der menigte te onttrekken — maar onnoodige verlenging van het arrest was willekeurig. Waar bepaald gevonnisd werd, was het op grond van „landloperij". Maar men begreep hen niet, schold hen voor dwepers en oproermakers en zocht een beschuldiging in die „landloperij."