Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waartoe wjj van den Opziender permissie hadden, om alzoo met onze handen de nooddruftigheden dezes levens ons te verachaffen.

Dan, aldaar eenige dagen, (i ol 7 met gem. Aak gelegen hebbende, zyn er van tjjd eenige vaartuigen niet menschen naar ons gekomen, dewelke wjj alle in lietde ontvangen hebben, en aan hen, die begeerig waren naar de rede van zoodanig eene levenswijze, behoorljjk verslag gevende, daarbij aantoonende, dat het gantsche mensehelyke geslacht thans in de duisternisse als in een helder licht wandelde; dat alle menschen de wet van God boven al en hunnen naasten als zichzelven lief te moeten hebben, verlaten hebben: en dat een ieder thans met gierigheid maar voor zjjn eigen huis gierde: en dat alle menschen, die zóó handelen, noodwendig daarin zullen omkomen: want dat geene hoorders der wet zullen geregtvaardigd worden : en dat een werkdadig galoof alleen den niensch kan gelukkig maken, en een mond- ot dood geloof' daarentegen den mensch ongelukkig maakt en naar de hel sleept: en dat een iegelijk die niet bljjft — om dat te doen, van God vervloekt is: dat alle die het zwaard nemen er door vergaan zullen, gelyk Jezus zegt: dat Jezus, de Apostelen en alle heilige martelaren, door lijden en geestelijke wapenen, bidden en verdragen, te zegenen die vloeken, hebben God gehoorzaamd, gestreden en overwonnen : dat het zwaard, in eene wereldsche rnagt niet goed gebruikt, het tegen- of antichristische rijk uitmaakt: en [dat zy, die] daar vóór, of dat aanbidden, om werelds voordeel, eer en aanzien, valsche Profeten en Leeraren zijn. die in hun eigen naam komen : waartegen Jezus waarschuwt. En dat alzóó, alle menschen, door de oude Slang, den Duivel, de eigenliefde, hun vleeschelyk verstand, de waan der reden, misleid worden; en waardoor zy zeggen : dat is mjjn goed, dat heb ik gedaan : 't welk de Leugen en het Merkteeken van het Beest is, waarvoor alle menschen onder schijn van Godsdienst buigen. God is wettig Heer en Eigenaar van alles, en wij zyn niet bekwaam iets goeds als uit ons zeiven te denken, maar alle onze bekwaamheden zyn uit God: en van Hem komen alle goede gitten en volmaakte gaven; dat is waarheid. En dat wy zóó, als goede rentmeesters, God» goed moeten gebruiken, om het regtvaardige oordeel van God te kunnen verwachten in den dag Zijner toekomst, die een ieder vergelden zal naar zijne werken, zonder onderscheid. En dat wy nu van die duisternis (daar wy met andere menschen eertijds in gelyk waren en leefden; doende door de onwetendheid den wil van onze gedachten) nü tot God bekeerd waren, en de menschen van Godswege als onze naasten moesten aanzeggen, dat zy, op dien weg voortgaande, goddeloos zyn, en dat het den goddeloozen kwalijk zal gaan : maar als zy willen leeren, zoo als Jezus gebied (gelijk wy trachten te doen), zy dan geregtvaardigd zullen worden, en dat het den regtvaardigen wel zal gaan.

Op dien voet getuigen wy tegen de menschen van de waarheid, dat wy als Kristenen, uit de liefde, naar het Evangelie, verpligt zjjn aan alle menschen, zonder onderscheid: ,,Zegt den goddeloozen, het zal hem kwalijk gaan": zonder rang ot ambten daardoor te kwetsen ; dewijl het getuigenis niet tegen de ambten, maar tegen de overtreding is ingerigt, sprekende alzoo de waarheid uit een rein hart en goede conscientie en een ongeveinsd geloof, naar het voorbeeld van onzen Meester, tot behoudenis der menschen en geenszins oui te beledigen ; sdock niemand ontziende, den persoon niet aannemende,

Sluiten