Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevestigd dat het waarheid wa9: — namelijk den inhoud van het Proco»Verbaal, hetwelk wij in naam van God, die regt doen zal, verklaren, dat wel eenige woorden, wat den letter aangaat, waar ie, maar de geest geheel en al leugen is:) — tegen ons voort hebben geprocedeerd, en alzoo in eene gevangenis-[straf] voor twee jaren hebben gecondemncerd met de koeten enz. En omdat men ons niet vooraf gehoord had en buiten de gelegenheid gesteld, om den Regter met onze zaak bekend te maken, hebben wjj opentlijk gezegd : dat het onwaarheid en onregt was, wat men ons aandeedt, zeggende, dat de onder-officier schuldig was. Daarna heeft de Regter gezegd, dat wjj zouden zwijgen en straks gelegenheid zouden krijgen om te spreken, en hetwelk aldus is geschied, dat na het vonnissen ons. één voor één, afgevraagd werd, of hij wat in te brengen had; en willende alstoen een verslag van den toedragt der zaken geven, en het ware hoe, waarop men tegen ons procedeerde, ontdekken, eerst S. Muller, en vervolgens de één na de ander; maar aan niemand onzer is er gelegenheid gegeven zulks behoorlijk te doen: zeggende de Regter, toen wij aan 't spreken waren: „brengt ze maar weg!" onder het wegbrengen heeft Dirk Valk gezegd: ,.Gij doet ons onregt aan, en ik daag u voor de vierschaar van God mijn Fader en die zal U regt doen"; en tegen de dienaars, die hem wilden doen zwijgen, zeide hjj: „voor God wil ik zwijgen"; hebbende zich alzoo een geruimen tijd bezig gehouden, zonder het wezen der zaken te onderzoeken.

Intusschen hebben wij gezegd te protesteeren en appelleeren, alzoo het alles onregt was wat men ons aandeed; aangezien wij ons nooit of nimmer aan landlooperij of belediging van Koning, Justitie of niemand schuldig hebben gemaakt; maar integendeel, uit liefde tot 's menschen geluk, de waarheid getuigd of gesproken

Daarna hebben zij ons weder naar de Gijzelplaats geboeid getransporteerd; vervolgens zijn weder, tegen den lldfn Augustus daaraanvolgende gedagvaard geworden: Dirk Valk, Stoffel Muller en Maria Leer, als zich te hebben schuldig gemaakt, in de vorige teregtzitting, aan beledigende uitdrukkingen tegen de Regters en Officier van Justitie; en hebben ons daar vrjj naar toe gebragt. Alvorens wij voor de regtbank zijn gekomen, heeft de President der regtbank, Janaon, ons allen bij zich doen komen: en, nadat wij hem eenige inlichting van het gantsche gedrag onzer zaak, namelijk van het begin van den onder-officier af, waarop het geheele proces rast, hadden kunnen geven, en hem betuigden, dat wij den strijd niet hebben tegen vleesch en bloed, maar tegen de geestelijke boosheden in de lucht: tegen den Oversten des magts, des luchts, die nu heerscht in de kinderen die ongehoorzaam zijn: heeft hy ons verzocht te zwijgen tot dat de Regtbank afgedaan had, en dat ons dan gelegenheid zoude gegeven worden te spreken, en dat wij immen konden appelleeren. Voor de Regtbank gecompareerd zijnde, hebben zij ons alweder op dien voet gevonnisd voor 4 jaren in de gevangenis : daarna heeft de President ons gevraagd ; en wij hebben gezegd dat al het tegen ons geprocedeerde, door misleiding van den onder-officier, abusief was, en dat wy alle tegen den geheelen handel ons aangedaan protesteeren en appelleeren, en dat wjj vermeenden niet te zyn voor onzen competenten Regter: indien onze getuigenis eenige correctie verdiende, dat wij alsdan behoorden gebragt te worden voor Godgeleerden of het ministerie van Eeredienst. Wjj hebbes

Sluiten