Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Schout Valk, die de tucht moest handhaven, zoo vaak Muller op de uitvaart was, schoot hierin veel te kort. Hij mijmerde meer over het Godsrijk, welks komst hij nabij achtte, dan dat hij de teugels der aardsche huishouding met kracht voerde. Muller bestreed krachtig, doch vruchteloos, dit den ijagelijkschen arbeid verslappend dwaalbegrip van Valk. En ofschoon de genegenheid onverminderd bleef, gaf dit toch tot verwijdering aanleiding.

Terwijl Muller en Maria op de vaart waren, kocht Valk zich een huis aan het Woerdensche verlaat en ging met zijne vrouw daar Jezus' komst en de stichting van diens rijk op aarde afwachten. Al degenen, die hem aanhingen, trokken mee, en gesteund door Valk's beurs, zetten zij het zwavelstokkenbedrijf voort." (>)

In welk jaar Valk heenging wordt niet aangegeven.

Dat Maria hier heel kort verhaalt, is duidelijk, als men let op het vervolg: ze gaat hierna, bijna in eenen adem, spreken over de verhuizing naar Zwijndrecht en die valt pas in 1830, zooals we later zullen aantoonen.

Ik waag een gissing: Valk ging reeds in het begin van 1823 heen.

Op den 20sten April 1823 toch werd te Puttershoek vast gereglementeerd en door onderteekening bekrachtigd, wat tot lieden toe wel de grondslag der broederschap geweest was, maar slechts bij onderlinge afspraak: de gemeenschap van goederen.

Het trekt direct onze aandacht, dat we onder de handteekeningen die van Valk en zijne vrouw missen.

Waren zij tegen die gemeenschap ? Dat is moeilijk aan te nemen en Maria, die, zooals we later zullen zien, voor een volstrekt communisme was, zou dan zeker niet nagelaten hebben haren toorn uit te gieten over Valk, die immers nog zooveel eigen geld bezat, dat hij een huis kon koopen en zijne aanhangers kon steunen-

Valk zal dus heengegaan zijn vóór dat dit contract werd opgesteld. Ja nog meer. Mogelijk heeft juist zijn heengaan aanleiding gegeven tot het opstellen van een schriftelijk contract, ten einde te voorkomen, dat in 't vervolg de uittreding der gegoeden de gemeente in moeilijkheid kon brengen.

Het contract — de formeele oprichtingsactc der broederschap luidt als volgt: (2)

(') Anagr. t. a. p. blz. 85. (') Zie alhier blz. 15.

Sluiten