Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

konden komen. De Keulenaar was in twee afdeelingen verdeeld — een voor mannen en een voor vrouwen.

Wat de welvaart echter nog meer verhoogde was: het toetreden van enkele welgestelden; bakker Ketel uit Krommenie, schoenmaker Heijstek uit Middelburg en Mets uit Vlissingen.

Deze Mets had een chocoladefabriek en verplaatste die nu naar Zwijndrecht. (*) Een oud Buitenverblijf „Zomerlust" werd voor woning aangekocht en een schuur er bij opgericht om voor chocoladefabriek te dienen.

Men kwam zelfs in het bezit van een kleine boerderij en had nu „eigen" aardappelen, groenten en melk.

Rustig werkte men zoo voort — ordelijk en arbeidzaam — de gemeente groeide aan tot een getal van 150 zielen, maar er was overvloed van werk en brood.

Was vroeger de zvvavelstokkenneering de voornaamste bron van inkomsten — nu werd het de chocoladefabricatie.

Met kleine schuitjes voer men den geheelen omtrek ermee af; 'twas de, velen nog welbekende, Zeeuwsche chocolade in de pakjes van oud-Hollandsch papier met het Zeeuwsche wapen — den zwemmenden leeuw — en de A's.

De broedergemeente bereikte in deze jaren haar bloeitijdperk.

De geest van Muller had zijn stempel gedrukt op de godsdienstige opvattingen van de Broederschap — zoowel hun gemeenschapsleven als hunne leer hadden nu vaste vormen aangenomen.

Er heerschte over 't geheel een goede orde. Gehoorzaamheid gold als de eerste wet — de kinderen werden streng opgevoerd.

We kunnen ons begrijpen, dat het huizen in den „keulenaar" aan de buitenwereld stof gaf tot dubbelzinnige gesprekken, maar zoolang Muller leefde, stond de zedelijkheid op een goed peil.

Met het krieken van den dag stond men op en dan begaf ieder zich naar de eetzaal, waarvoor de ruime danstent was ingericht. Nadat er appèl gehouden was, om te zien of allen bij tijds present waren, werd een vers gezongen (meestal de morgenzang) en ging een der broeders of zusters voor in gebed.

Onder den maaltijd werd een hoofdstuk uit den Bijbel gelezen en naar aanleiding daarvan een gesprek gevoerd — anders werd het maal zoowat stilzwijgend genuttigd.

(') Maria verhaalt, dat Mets bjj zyne toetreding f 3000 in de kas der broedergemeente storttte; we zien dus weer, dat het communisme niet streng werd doorgevoerd, en dat er van een gemeenschap van goederen geen sprake was.

Sluiten