Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En... de morgenstond van dien zevenden dag was nu gekomen, zoo geloofden zij. Hoewel het nog nacht was, de duisternis was reeds met licht gemengd!

Met de bestaande inrichting der Christelijke Gemeente hadden de broeders geen vrede.

Het leeraarsambt was niet Bijbelsch, de Kerk had de wereld in zich opgenomen.

Eigenaardig is de opvatting van „Openbaren Godsdienst", die Heystek in zijn vraagboekje heeft.

„Is den Openbaren Godsdienst ook noodzakelijk ?"

Antw: In alle opzigten; zonder deze kunnen wij zeiven niet zalig worden, noch anderen tot de zaligheid opleiden.

Wat verstaan wij door den Openbaren Godsdienst ?

Om met vrijmoedigheid in het openbaar, zoowel als in het verborgen onder vijanden zoowel als vrienden, Christus te belijden met leer en leven." (')

Over de openbare samenkomsten oordeelt Heystek:

„Dit alles kan wel bevorderlijk zijn om den waren Godsdienst aan te toonen, waar zij in bestaat, doch de ware Godsdienst is het niet, want die bestaat niet in hooren maar in doen." (*)

Die samenkomsten moeten echter „overeenkomstig de instelling van den Apostel Paulus" zoo ingericht zijn, dat „twee of drie spreken en dat er verders vrijheid moet bestaan voor een iegelijk om te spreken, indien de waarheid zulks vordert." (3)

Niet onaardig wordt dan vr. 7 beantwoord: „Zou dan daaruit geene verwarring kunnen ontstaan?

Antw.: Indien er verwarring ontstaat, zoo is het een blijk, dat Gods Geest daar niet heerscht.... zulk een leerwijs is allernoodzakelijkst om het blinde geloof aan eenen spreker weg te nemen, om de waarheid eenen vrijen loop te geven."

En de laatste bladzijde van Heysteks boekje — zeker een ongewone wending in een vraagboekje! — luidt aldus: (%)

(') De ware leer der Zaligheid. 15e Hoofdstuk: Over den Openbaren Godsdienst, vr. 1 en 2, blz. 63.

!) t. a. p. vr. 4. t. a. p. vr. 6.

(*) t, a p. bh. 66, vr. 8—12.

Sluiten