Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dienen, daar het in de order van de Apostelen zeer ongemakkelijk en met veele zwarigheden vergezelt gaat." (')

En in zijn Vraagboekje schrijft Muller: vr. 43.

Het „zoogenaamde Christendom" is niet „overeenkomstig de ordonnantie of instellinge Gods: welke van onderlinge bijeenkomsten spreekt, in welke twee of drie zouden spreken, en indien er dan aan iemand hunner iets geopenbaart was, dat dan de eerste (waarschijnlijk die aan het woord was) zoude zwijgen. Ook is het uit de vrijheid van de werkinge des H. Geestes in de leden klaar, dat het ééne lid het andere niet zoude beletten te werken tot nut van het geheel.. .

Ook ziet men in die bovengenoemde zoogenaamde Godsdienstige leerstelzeis allerlij zich onderling onderscheidende rangen en staaten; alhoewel Jezus echter getuigd: „Gij zijt alle broeders!" en Jacobus zegt in het 2e Cap: het 3e vs. dat men niet zoude zeggen tegen den armen „zit hier onder mijne voetbank, en tegen eenen rijken zit hier op eene verheven plaats."

En in vr. 44: „tot een God verheerlijkend doeleinde moeten de broeders zamenkomen in elkanders woningen of daartoe ingerigte gebouwen om... de waarheid, die hen gelukkig maken kan, te hooren, niet uit den mond van één man, die alleen uiterlijk geleert is; maar uit den mond van allen, die tot de gemeente Gods behoren en, inwendig, door Gods geest geleert zijn."

Doop en avondmaal achtte men onnoodige en, voor den waarachtigen Christen verouderde ceremoniën. Het gerucht van een avondmaalsviering op den open dijk en het doopen van een kind, waarvan de reeds vroeger gemelde brief van den Gouverneur van Z. Holland sprak (2), zal dus wel geheel uit de lucht gegrepen zijn.

Muller spreekt over Doop en Avondmaal in zijn vraagboek, aldus:

Vr. 47: „Wat zegt gij van den Doop en van het Nachtmaal, welke beide zaken onder de protestanten en andere godsdienstige gezindheden bedient en gehouden worden?

Antw.: Dat dat alles slechts uiterlijke ceremoniën of plegtigheden zijn, welke hen geene nuttigheid zullen toebrengen, alhoewel dezelve in den geest van den Insteller bediend wordende, zeer heilzaam zouden wezen."

(>) t. a. p. blz. 15. p) Zie alhier blz. 71.

Sluiten