Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De dienstplichtige jongelingen werden opgeroepen en bij hunne weigering gedwongen.

Maria Leer verhaalt in hare gedenkschriften: „Drie hunner jongelingen, die niet opgekomen waren voor de loting, werden met geweld gehaald en naar het militaire detensiehuis te Leiden overgebracht. Zij waren er goed gehuisvest, werden betamelijk gevoed en genoten er tevens een doelmatig onderwijs; doch tegen het dragen van het geweer, waartoe de discipline hen noodzaakte, bleef het gemoedsbezwaar levendig. Een van de drie, wat nauwgezetter van aard en teerder van bouw, kon den dwang niet verduren en bezweek onder de dagelijksche marteling, biddend, gelijk van hem verhaald werd, voor zijne beulen." (')

Ik heb geen bevestiging van dit verhaal gevonden en weet ook niet, welk geval Maria bedoelt. Mogelijk het volgende : (2) In 1834 werden enkele „vonnissen geslagen door den krijgsraad van Vriesland" o.a. ten laste van Joh. Jac. Huisman „wegens dienstweigering, door uitdrukkelijk de orders van degenen, die boven hem gesteld waren, [niet] na te komen of te gehoorzamen ... veroordeeld tot tien jaren kruiwagen met vervallen verklaring van den militairen stand. 28 Maart 1834".

Een gelijk vonnis werd uitgesproken over Joh. Thyssen (of Theyse). Te hunnen behoeve werden van wege de broederschap enkele requesten opgezonden, o.a. het vroeger genoemde, met de onderteekening „Messias in den Burgt Sion"... „strekkende bekoming van ontslag uit het Huis van Militaire detensie te Leijden, ten behoeve van de gedetineerden: J. Huisman, J. Koster en J. Tyssen." (3)

Mogelijk doelt Maria dus op dit drietal, maar we weten uit de correspondentie der broederschap, dat zij alle drie nog leefden en gevangen zaten op 8 Dec. 1835.

Maria verhaalt dan, hoe er door bemiddeling van Prof. Tydeman tegemoet gekomen werd aan de gemoedsbezwaren der Nieuwlichters: „Muller en Maria begaven zich naar het huis van professor Tydeman, vvien zij het geluk hadden in persoon te kunnen spreken. Zij hadden vernomen, dat hij, als tijdgenoot door den koning gewaardeerd, bijzonderen toegang tot Z. M. had

Willem I liet zich gaarne op de hoogte brengen van zaken en

') Anagrapheus t. a. p. blz. 92.

') Uit copieën van correspondentie in het gemeente archief van Zwjjndrecht.

(*) Zie alhier bit. 67,

Sluiten