Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenover Maria was Muller gesloten. Hij had toegegeven, een nieuw contract was opgemaakt op naam van Visser, Mets en Consorten. Bij ontbinding zou ieder aanspraak hebben op het ingebrachte of een evenredige uitkeering. Evenwel, daar viel wat dien inbreng betrof, nog meer bij te stipuleeren; en zou dat iets te beduiden hebben, meenden de hoofden, dan zou er een notarieele acte bij te pas komen, waarbij ook Maria s handteekening vereischt werd. Zij moest er alzoo mee bekend gemaakt

worden. ....

Maria weigerde eerst. „Vrouw," hernam Muller, „ik zegje, zet

je naam ; staat er niet geschreven : Tot uwen man zal uwe begeerte zijn en hij zal over u heerschappij hebben? Zij gehoorzaamde. Bij het neerleggen van de pen stonden de tranen haar in de oogen; Muller was van het voetstuk, waarop hij stond, gevallen, en de grond, waarop de Broedergemeente rustte, dreunde onder hare voeten." O Het contract luidt aldus :

Constitutief Reglement.

1. De ondergeteekenden zijn met elkander overeengekomen een genootschap op te rigten, ten hoofddoel hebbende de werking van Godsdienstig gevoel en werkzaamheid ten algemeene nutte.

2 Het getal van de leden tot dit doel werkzaam is voor eerst bepaald op negentien en zal bij verdere uitbreiding deswegens de noodige authorisatie worden gevraagt.

3. Deze negentien leden regelen onderling alle de zaken van het genootschap, de werking na buiten zal geschieden onder de naam van Visser, Mets en consorten.

4. De inbreng en toelage van hetzelve is geheel facultatief en word aan ieder na zijn vermogen, mening en

geweten overgelaten.

5 De alzoo verkregen gelden en eigendommen behoren aan het genootschap en wie hetzelve verlaat of sterft, verliest op die eigendommen alle regt, kunnende niets van de goederen eenmaal op naam van het genootschap staande vervreemd worden zonder toestemming van de

leden.

6. Bij vacatuur worden er nieuwe leden onder dezelfde regten en verpligtingen aangenomen.

(i) Anttgr. t. a. p, blz. 90, 91.

Sluiten