Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oudsten Broeder in den Heere, op den 3den Augustus des vorigen jaars 1833, dit tijdelijke leven met het eeuwige te doen verwisselen, zoo hebben wij, zijne gezamenlijke nog in leven zijnde Broeders en Zusters in den Heere, besloten, alle zijne nagelaten Schriften, zoo belangrijk voor ieder mensch. om dezelve in hunne «orspronkelijke waarde en strekking te kennen, van tijd tot tijd in het licht te geven,.. Ruim zestien achtereenvolgende jaren zijn wij getuigen geweest van zijn Christelijk leven, hetwelk door hem niet alleen in de leer, slechts als eene bespiegelende kennis werd voorgedragen, maar in daad en waarheid werd uitgeoefend....

Wij kunnen getuigen, dat hij ons in de Christelijke leer heeft onderwezen en ons in dezelve is voorgegaan. Dat hij zich, gedurende dien tijd aan niet eene, en nog minder aan meer opzettelijke misdaden heeft schuldig gemaakt; maar dat wij integendeel voor eenen alwetenden God moeten betuigen, dat hij, gedurende die zestien jaren, de zorg en den last onzer geheele Christelijke BroederGemeente, als een liefderijk Vader en Broeder, met eene bijna onbegrijpelijke lijdzaamheid, onvermoeid, heeft gedragen, en het goede heeft gezocht, en wel zoodanig, dat niemand onzer hem tot last kan leggen, dat hij ooit reden heeft gegeven, aan hem geërgerd te kunnen worden."

Voorwaar een loffelijk getuigenis!

We verwonderen ons, hier opeens Valk weer te ontmoeten.

We merkten in al die jaren, sinds zijn vertrek uit Puttershoek (1823), niets van een betrekking tusschen zijne huisgemeente en de hoofdafdeeling te Zwijndrecht En nu schrijft hij „uit aller naam" een woord tot nagedachtenis van Stoffel Muller en volgens het titelblad van Mullers boekje „Het eeuwig evangelie" wordt dit uitgegeven „door de Christelijke Broeder-Gemeente te Zwijndrecht en Mijdrecht."

De eenheid van de beide afdeelingen wordt hier duidelijk uitgesproken en de uitgave wijst op een vriendschappelijke verhouding. Toch was die niet zóó, als men van een broederschap met deze grondstellingen verwachten mocht.

Valk had zich gevestigd op een oud buitenverblijf, „het Groene woud" te Mijdrecht en leefde met zijnen kring onafhankelijk, hoewel hij toch de eenheid met de broeders te Zwijndrecht bleef erkennen.

Sluiten