Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

We laten eerst Maria aan het woord. „Het bericht van Muller's dood was nauwelijks te Zwijndrecht aangekomen, of men had van daar twee broeders afgezonden om zijn weduwe in deze moeilijke omstandigheden bij te staan en het schip naar Zwijndrecht terug te brengen.

Maar hoe werd zij bij hare terugkomst op Welgelegen teleurgesteld ! In de weinige dagen, die verloopen waren, sinds zij en Muller waren uitgevaren, had de oproerige gezindheid zich steeds verder uitgebreid en dieper wortel geschoten. Er waren er, die Muller's dood als eene welkome verlossing van een lastigen band beschouwden en voor wie hare terugkomst eene onverschillige zaak was. Anderen daarentegen wenschten aan Maria de leiding der broederschap op te dragen, en vooral op Zomerzorg ['] vormden hare aanhangers de meerderheid. Maar Maria was weinig gezind als zoodanig op te treden. „Och ! menschen" zeide zij, „laat niemand onder ons heerschappij voeren; ik verlang geen hoofd boven mij te hebben en wensch er voor anderen geen tezijn. Wij hebben God tot ons hoofd, en dat is voor ons vastigheid genoeg...

Onwil tegen de contractanten bleef na Muller's dood zich vooral jegens haar als eerste stichtster openbaren... Zij ging naar Zomerzorg, waar de meest welgestelden en bestgezinden woonden. Nog was de band wel niet verbroken, die de twee nederzettingen samenhield, maar er was toch, als in Schout Valk's tijd, een tweede scheuring te duchten." (*)

Toen Maria eens op reis was voor den verkoop van chocolade, ontving zij een brief van juffrouw Mets met de tijding, dat weer nieuwe broeders zich hadden aangesloten o. a. een zekere Bos, een gewezen heereknecht uit Amsterdam. Juffrouw Mets schreef: „Bos heeft zich goed gedragen en een goed gebruik van de samenleving gemaakt. Mijn man is met hem naar Welgelegen gegaan, om de dingen, die van zijn geld gekocht zijn, terug te krijgen, maar dat weigerden zij. Bos zag wel, dat de administratie niet goed ging; zij vraagden toen om de boeken te zien; maar ook dat weigerden zij- Al degenen, die tegen mijn man en Bos waren, verklaarden geen deel meer te willen hebben aan de samenleving. Hun inbrengst hebben zij teruggekregen. Ze willen plaats nemen op een schip, dat op vertrek ligt naar Amerika.... Dirk Valk zijn hersens zijn, sedert hij het Woerdensche Verlaat

[>] „Welgelegen" was bet hoofdgebouw, de scheepstimmerwerf met bjjbehoorende woonhuizen. Op ..Zomerzorg' of ,,Z o me rlus t", zooals de brieven der Broedergemeente zeggen, was de Chocoladefaoriek gevestigd.

(•) Anagr. t. a. p. blz 99—102.

Sluiten