is toegevoegd aan uw favorieten.

De Zwijndrechtsche Nieuwlichters

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaarwel zei, heelemaal vertroebeld. Hij houdt maar vol dat het zijn schuld is, dat Jezus zijn koninkrijk niet komt stichten; de Heere had hem de macht tot voorbereiding gegeven, en hij had ze verwaarloosd» en daar is hij niet af te brengen. Hij is doodarm geworden, een broeder en zuster aan den Helder hebben een kamertje voor hem en zijn vrouw ingeruimd en van hun tafel kunnen zij eten. (') Het is mij een raadsel, hoe deze brief hier tusschen komt. Het eerste deel van den brief, de mededeeling betreffende Bos, kunnen we wel verklaren als betrekking hebbende op de dagen, die we nu bespreken (voorjaar 1834), maar de melding van die deelingen is raadselachtig. Zal dit alles in die enkele weken zijn afgespeeld ? Moest Maria daarin niet gekend worden ? Zulk een deeling op groote schaal veronderstelt haast een definitieve ontbinding. En nog duisterder is het laatste deel van den brief.

Valk zou reeds in den Helder zijn, maar dit valt eerst na 1849. We bezitten allerlei brieven van Valk van af 1830 tot 1849, alle geschreven uit Kromme Mijdrecht. De brief, zooals hij hier voor ons ligt, kan onmogelijk historisch getrouw weergegeven zijn. We staan hier öf voor eene opzettelijke misleiding van Maria, öf voor eene onjuiste combinatie van den bewerker dezer gedenkschriften.

Is de brief niet gefingeerd, hebben wij hier werkelijk een schrijven van juffrouw Mets, dan zie 'k de eenige oplossing in deze onderstelling, dat hier een paar losse aanteekeningen, fragmenten uit verschillende brieven, aan elkander zijn geregen en in een onjuist verband geplaatst.

Maria's aanteekeningen zullen in dit gedeelte zeker wel heel duister geweest zijn ; wie de waarheid verzwijgen wil, raakt altijd verward. Vervolgen we haar verhaal: „Eindelijk teruggekeerd, vond zij

Welgelegen, de plaats, die bij haar heengaan zich vijandig toonde

en vaak ergenis gaf, half ontvolkt. De meerderheid op Zomerzorg, die, als zij, met ernst en vromen zin in natuur en rede prikkel vonden tot' een Godverheerlijkend en liefderijk samenleven, kwam haar, als haar koningin op zedelijk gebied, (») met liefde en eerbied te gemoet. Betooming van misplaatsten en verdwaasden ijver maakte een einde aan de meest ergerlijke tooneelen, en langzamerhand raakte zij met de landelijke bevolking op een beteren voet. Maria, die op Zwijndrecht bleef standhouden, bracht tot die verbeterde

Jij fk^'cuHivee'r^We zullen voor Maria maar hopen, dat deze woorden op rekening komen van den bewerker harer gedenkschriften. Al. - zoo ,eta durtde neerschreven, noemen we deze regelen meer dan ergerlyk.