Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(in welk jaar de formeele ontbinding valt) in eenige bladzijden worden afgehandeld, dan krijgen we reeds achterdocht.

Daar moet een oorzaak voor zijn, dat zij in de latere jaren van haar leven, toen zij hare aanteekeningen maakte, liefst zoo weinig mogelijk over het uiteengaan der broedergemeente sprak.

En die oorzaak is aan te wijzen — ze lag in Maria's zedelijke afdwalingen betreffende de begrippen van het huwelijk, in de ontaarding van hare communistische idealen tot de leer van het communisme in het sexueele leven — een zeer noodlottige consequentie !

Voor we deze donkere bladzijden in Maria s levensboek openleggen, hebben we te spreken over het huwelijk in de broederschap.

Al kunnen we begrijpen, dat hunne huwelijken „in den Heere , voor de broederschap gesloten, zonder erkenning van een ambtenaar van den Burgerlijken Stand, zonder kerkelijke inzegening, aan de buitenwereld stof tot smalen gaf, we moeten erkennen, dat het zedelijke leven in de broederschap tijdens Mullers leven op een hoog peil stond. (')

We hoorden uit Mullers mond zijne diepe verontwaardiging en grievende smart, toen een huwelijk noodig bleek.

Van „vrije liefde" was geen sprake — een huwelijk voor de broederschap gold als heilig, bindend voor het leven. Toen een der broeders zijn huwelijk, voor de broederschap gesloten, niet als wettig erkende en een ander wilde aangaan, schreef Valk : „Wij zijn voor het grootste gedeelte hier getuigen geweest, dat Jan Staffhorst hier in de Christelijke Broedergemeente op zijn herhaald verzoek met toestemming van de gansche gemeente en inzonderheid met die zijner moeder, met Dina Zoet in den echt is vereenigd, dat hij met haar eenigen tijd als zoodanig heeft geleefd. Wij allen oordeelen dat S. geen ander huwelijk mag aangaan.'

Ja alleen zulk een huwelijk „in den Heere" was heilig; samenstemming des geestes, eenheid in geloof, dat was het alleen, wat het huwelijk onverbrekelijk maakte. Muller had zijne opvattingen dienaangaande in de practijk getoond : „hij had zich voor God en zijn geweten gescheiden geacht van zijne echtgenoote...

(') Kegt «Beschrijving» t.a.p. schrijft: „Zoolang Stoffel Muller leefde, was de Broedergemeente onder zijne leiding een groot huisgezin, dat door orde, zedelijkheid en godsdienstigen zin gekenmerkt werd, doch na diens dood ging Teel van den goeden zin verloren."

(i) D, Valk in een brief van 4 Kov. 1835.

Sluiten