Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.van Maria", dan zouden we in deze vraag niets vreemds zien( maar een dergelijk argument wordt nergens in de correspondentie genoemd.

Of, als de partij van Maria er op aandrong, om Valks onafhankelijkheid te breken en om te verhoeden, dat de ontevredenen van Zwijndrecht uitweken naar Mijdrecht, dan was die eisch ook verklaarbaar.

Hoe de Zwijndrechtsche afdeeling echter zoo plotseling eensgezind werd — hoe b.v. Willem van der Kraan, de ijverige medestander van Valk in het geschil over het communisme der vrouwen, nu zoo scherp tegenover Valk kwam te staan, dat is mij niet| duidelijk.

Valk had weinig lust naar Zwijndrecht op te breken en weigerde beslist. Het was op Groenexvoud rustig, men had het er niet breed, maar was eensgezind — zou men zich naar Zwijndrecht begeven

te midden der woelingen ?

Voor Valk persoonlijk was er ook weinig aanlokkelijks in , te Mijdrecht was hij leider, te Zwijndrecht zou hij onder de leiding

van anderen komen.

Uit de correspondentie maken we op welke argumenten van

weerszijden werden aangevoerd.

Valk zegt:

,,1° te Zwijndrecht kan men niet verdienen, wat wij hier verdienen,

2° het is niet goedkooper niet meer dan 70 zielen (als wij sterk zijn) bij elkander te leven,

3° het is moeilijker bij een grooter getal de orde te handhaven, 40 je orde hier is zulk een goed tegenwicht tegen den laster,

waartoe Zwijndrecht aanleiding geeft,

5° het is nu, in zulk een verwarring de geschikte tijd niet." (') Zwijndrecht wil de zaak bij stemming uitmaken : „wij zijn er hier ■ alle voor, dat gijlieden dezen weg komt en als de stemmen bij Ulieden de onze in meerderheid niet overtreffen, dan zult gijl. verpligt zijn, om hier te komen." (2)

Valk staat echter op zijn stuk: „wij zijn geheel van het tegenovergestelde gevoelen en meenen ook den geest Gods te hebben. Wie zal beslissen ? Alleen de gezonde Rede door ondervinding van het verledene en de daarop gegronde gevolgtrekkingen." (3)

~ (") brief van Valk d.d. 19 Sept. 1834. Copieboek A blz. 68.

m brief van W. v. d. Kraan Zwjjndr. 23 Oct. 1834. Cop. A blz. 70. (3) brief van Valk d.d. 27 Oct. 1834 Cop. A blz. 71.

Sluiten