Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mijne flauwe tegonwerpin<», dat zulk een uitzicht te verkondigen gevaarlijk zou zyn, daar vrees voor het oordeel oen krachtig middel was t*r bekeering, werd spoedig in een hoek gezet door de aanmaning, dat ik zeer nadrukkelijk, op grond van Gods lieide, die heiligheid moest eischen, de gevolgen der onbekeerljjkheid kon en moest prediken.

Aan eene weekhartige liefde Gods geloofden zy niet. Daar zy behalve den Bybel en eenige kleine geschriften, geregeld de couranten lazen,omdat God zich in de geschiedenis van het heden voortging te openbaren [*], kwam een hunner, na de gebeurtenissen van 1848 te Parys, my ijlings opzoeken met de vraag, wat ik daarvan zeide. Ik gaf mijne afkeer en vrees te kennen.

„Neen!" hernam hy — „God, die zoolang heeft laten prediken ,,hebt elkander lief, niet met woorden, maar metterdaad en in waarheid" spreekt thans: „wie niet hooren wil moet voelen."

Het is het roode paard uit de Openbaring, dat rond gaat om te verdelgen en straks, als de menschen willen luisteren komt het witte paard.

Eens, toen bovengemelde schipper by my zat, bood ik hem — ik kon nimmer iets aan hem of de zynen sl jjten — naar de gewoonte dier dagen een pyp aan. Hjj wees die niet alleen af, maar zeide my ook, dat by en de zynen het rooken zonde achtten. Na eene historische inleiding, zoo gy wilt, dat een hunner voorgangers, een groot lielhebber van een kort pijpje, op een goeden nacht eene openbaring van God had ontvangen, waarby ^em werd aangezegd, dat rooken zonde was — dat de man toen in den morgen zyne broeders om zich had vereenigd, na mededeeling der openbaring, een laatste trekje gedaan en het zwart berookte stompje voor goed weggelegd had, welk voorbeeld door de broeders werd gevolgd — gaf hy aan niyn verzoek om bewyzen te geven, gehoor. „Wel" — zoo sprak hy in zjjn eenvoudigheid — ,.toen gy

het rooken aanleerdet, verzette uwe natuur er zich tegen het is dus

een verkeerd, met uwe natuur strijdend aanwendsel. Het bederft daarby uwe maag en uwen eetlust. Het maakt den dampkring in uwe kamer voor u zeiven en anderen ontrisch.

En daarvoor geeft gy geld uit, dat gy zooveel beter, ten behoeve van anderen, zoudt kunnen gebruiken. [5]

juist geoordeeldt hebt, door te meenen, dat wy U tot onze gevoelens willen overhalen, .la vriend! wij worden door de liefde Gods gedrongen."

[4J De broeders waren ijverige courantenlezers. Het letten op de teekenen der tijden is vooral te verklaren in den .kring van Valk, die met zyne verwachting van de naderende toekomst des Heeren, steeds uitzag naar voorteekenen van eene nieuwe bedeeling. Valk schreef in zynen briel aan prat. Heringa. (14 Jui 1831): .,Van des morgens 4 tot des avonds 9 uuren zyn wy bezig — om de thans zoo gewigtige gebeurtenissen der wereld voor zooverre dezelve ons door de dagbladen wordt medegedeeld, met oplettendheid na te gaan, waarby wij een zeer groot belang hebben, uithoofde dezelve parallel zijn aan de voorzeggingen der profeten".

[5] Ook op Zwijndrecht waren vele tegenstanders van tabakgebruik. Willem V. d, Kraan schryft 7 April 1834: „Eernisse is nu zoo erg, dat hy al tabak in y.yn mond genomen heeft en zeide dat God zulks wil hebben." Vergelyk echter het verhaal van den ouden Exalto by Mr. Quack Gids t. a. p, blz. 201, waar de oude man dauipt „als een vulkaan". Of de broeders ook geheelonthouder* waren betwijfel ik. Blijkens enkele brieven in Copieboek D, verkocht de broederschap ook bitter!.... we vinden er eenige bestellingen van Elixer.

Sluiten