Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17, 18, 19 De val. Oorzaak — doel — gevolg.

20. Hoe leeren wij het goede te doen ?

21. Het werk van Christus.

22. Tweeërlei wil in God met betrekking tot de zonde.

23. Gods almacht.

24. Gods liefde en het afsterven van ons Ik.

25. Gods almacht en liefde vereenigen zich in de algemeene zaligheid.

26—29. Kritiek op de leer der voldoening en verzoening.

30. Vermaning.

We zien : er zit gang in dit boekje, al is de gang niet onberispelijk. We volgen bij de uiteenzetting van de godsdienstige opvattingen der Broederschap dan ook de hoofdlijnen van dit boekje ; naast Mullers beschouwingen stellen we zoo noodig de uitspraken der overige leiders en trachten aan te toonen, hoe hunne karakteristieke beschouwingen uit één grondbeginsel worden afgeleid.

We doen dit in deze volgorde.

1. De grondstelling : alles uit, door en tot God.

2. Gods almacht en 's menschen volkomen afhankelijkheid.

3. Zonde — val — gebod.

4. Schuld.

5. Gods gezindheid jegens den mensch. Straf.

6. Christus' werk en persoon.

7. Verzoening, — voldoening, — rechtvaardigmaking.

8. Toekomstverwachtingen. (Duizendjarig rijk. Bedeelingen. Algemeene Zaligheid).

1. DE GRONDSTELLING : ALLBS IS UIT, DOOR EN TOT GOD.

' ' \ „Alles is uit, door en tot God." Dat is de grondgedachte, waarvan Muller steeds uitging. Het zich bewust worden van deze waarheid had eenmaal zijn hart vrede gegeven en ze bleef de grondtoon van zijn leven. Deze stelling kreeg een centrale beteey./ kenis — ze was voor Muller de waarheid, niet maar een middel om tot de waarheid te komen, maar het kort begrip van alle godsdienstige waarheden, „het eeuwig evangelie gegrond op de eeuwige natuur van God," zooals de titel van zijn geschrift luidt. Alles komt neer op het aannemen van deze grondwaarheid; dat is voor Muller bijna ident met het aannemen van God of

Sluiten