Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet tegendeel. Volgens Muller is de vrijheid van den mensch niet eerst door den zondeval geheel of gedeeltelijk vernietigd, ze is er nooit geweest.

Iets verder zegt Muller.:

„God, de Heere had dan dien weg en alles wat ooit uit dien val konde voorkomen, te voren verordineerd, als het geschiktste middel om zijne schepselen tot eenen staat van volmaaktheid op te leiden, waartoe 'zij zonder den val niet zouden hebben kunnen komen ; want hoe zoude een redelijk, vrijwillig werkend wezen, dat door eigene ondervinding en de verlichting in de kennisse Christi moest leeren kiezen, eene bestendige en onveranderlijke keuze kunnen doen, tot zijn geluk, indien hetzelve geene ondervinding hadde van het kwade en goede en derzei ver gevolgen?" (')

Hierop komt' het dus neer: de mensch kon niet kiezen, hij moest nog leeren kiezen en een juist kiezen is eerst mogelijk na een kennen van de dingen, waartusschen men zal moeten kiezen .... ergo: God moest den mensch ook in kennis stellen met de zonde en meteen hem de schadelijke gevolgen tier zonde laten ondervinden tot een afschrik van het kwade.

Maar weer dezelfde fout. Muller verwerpt de vrijheid, verwerpt ze zelfs aan het begin van de geschiedenis, maar wil ze nu toch weer gaan plaatsen aan het einde van de baan der ontwikkeling.

Ze past nergens in zijn deterministisch systeem, noch aan het begin, noch aan het einde., Wat hij de voordeur uitwerpt, haalt hij door de achterdeur weer binnen. Het begrip „kiezen" is contrabande !

Evenmin mocht Muller spreken van een zondeval.

In de lijn van zijne gedachten is des menschen kennismaking met de zonde even weinig een val te noemen, als het ontvangen van eenige Godsopenbaring. Beide zijn stukken van de opvoeding der menschheid. In deze opvoeding van de levensschool heeft het gebod geen andere beteekenis dan het voorleggen van moeilijke vraagstukken. Het moet leiden tot ontwikkeling en al blijft de leerling ook voor sommige vraagstukken zitten, ze oefenen zijne krachten. Consequent is Muller dan ook daar, waar hij zegt: „wij vinden in het Evangelie, in de parabel van den verloren zoon,

(») E. E. blz. 23-24.

Sluiten