Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar in tegendeel den mensch bemind, en een voornemen der genade met hen hadde". (') Dit is in de lijn hunner gedachten niet een deel van Christus werk, maar het werk.

Zijn gansche leven is nu prediken met woord en daad, en Zijn kruisdood is de hoogste openbaring van Gods liefde. In zijn eigen persoon laat Christus zien, wie en wat de Vader is. „De eenig geboren Zoon, die in den schoot des Vaders is, heeft Hem ons verklaard. Het is dan uit God, door Jezus Christus, dat wij God kennen." (!)

Daarom kan Christus genoemd worden: het uitgedrukte beeld van 's Vaders zelfstandigheid.

Maar is Christus dan niets meer dan leeraar? Het antwoord is niet altijd duidelijk.

De eigenlijke christologie is in Mullers hoofdwerkje het minst uitgewerkt en ook de andere geschriften zijn op dit punt duister. Zij spreken alle van Christus als Verlosser, Zaligmaker, Middelaar, maar.... wat wordt onder deze termen verstaan ? Ligt het aan de moeielijkheid, om in woorden uit te drukken, welke plaats Christus in de heilsbedeeling inneemt ? Of was het onder de broeders op dit punt nog niet tot klaarheid'gekomen? Ze bleven dikwijls de oude termen gebruiken, maar.... lang niet in de oude beteekenis!

Heystek wijdt het 8ste hoofdstuk van zijn vraagboekje aan de „Beschouwing van den Persoon Jezus."

Reeds het eerste antwoord brengt ons in verlegenheid.

„Vraag: Hoe hebben wij den Persoon van Jezus aan te merken? Antw.: Als den van God gezonden Zaligmaker, Verlosser, Middelaar en Borg"

Deze uitdrukkingen worden nu nader verklaard.

„Een Zaligmaker te zijn is derhalve, menschen te leiden uit de duisternis, het grootste kwaad, en tot het licht, het hoogste goed te brengen." (3)

„Hoe is hij onze Middelaar? Door ons zijnen Vader bekend te maken en door het licht der waarheid te ontdekken, alle vooroordeelen, welke wij door de onwetendheid en door de wet van Gods gezindheid hebben, te verdrijven; en om de ondeugd in al hare gevolgen, de deugd in al hare heerlijkheid te doen kennen, opdat wij wederom liefhebbers van God worden." (4)

(») E E. blz. 37. (>) E, E. blz 2.

Sluiten