Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te maken, dat wij nooit geen schuld bij God gehad hebben, dat Hij nooit op ons vertoornd is geweest, en dat de vloek op ons rust zoolang wij in den zegen Abrahams niet gelooven." (')

Hoogstens kan de schrijver met deze uitdrukking: „de vloek rust op ons" bedoelen: de vrees voor en de gedachte aan een vloek Gods blijven op ons,

We zien nu, wat het Verlossingswerk eigenlijk voor de broeders beteekent: Christus verlost ons „van dat denkbeeld, dat wij een vermogen hebben om iets te kunnen doen of laten," (2) „van onze vijandschap," (3) „van schuld, vloek en toorn" — zooals Heijstek zeide — eigenlijk van ons gevoel van schuld, vloek en toorn.

Omtrent de beschouwing van Christus' persoon is ditmaal niet de eenstemmigheid, die we anders van de broeders gewend waren. Muller handhaaft zonder eenig voorbehoud de Godheid van Christus. Ook Valk is niet dubbelzinnig:

„Sedert 20 jaren hebben wij bij ondervinding dat Jezus is de Christus, de zone Gods, de weg, de waarheid en het leven." (k)....

„ . .. . die zonder den wille des mans, van boven, uit God geboren, de goddelijke natuur deelachtig zijnde, de menschelijke natuur heeft aangenomen." (5)

„Jezus Christus is het uitgedrukte beeld van's Vaders zelfstandigheid, en de allerheiligste mensch op aarde bezit toch maar een klein beginzel van de goddelijke Natuur, in vergelijking bij Jezus Christus, in wien de volheid der Godheid ligchamelijk woonde." (6)

En elders „Jezus Christus, die van eeuwigheid tot eeuwigheid in de onderschijdene bedeelingen des Lichts dezelfde was en is, het woord of de kracht Gods, door en om wien alles is gemaakt en daarom genaamd wordt God, bovenal te prijzen in der eeuwigheid." O

En Valk bedoelt niet het minst, iets te kort te doen aan de Godheid van Christus, als hij op het laatst geciteerde laat volgen :

(') Heijstek. De ware leer der Zaligheid. Voorbericht, Ik cursiveer.

(») Muller, vraigb. vr. 32

(') Heijstek, voorbericht, „De ware leer" etc.

(4) Brief van Jan 1836.

(5) Brief van 24 Maart 1834. Copieboek A blz. 14.

(s) Brief van Maart 1834.

(7) Brief van 24 July 1849.

Sluiten