Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijne onkunde omtrent Gods ware gezindheid, houden hem in vreeze, op een afstand.

Jezus' werk is nu, die vrees uit de harten der menschen weg te nemen en door de prediking van Gods liefde den mensch ! tot wederliefde te stemmen.

Dat is de verzoening.

Muller zegt een enkele maal: „Jezus is gekomen om ons de blijde boodschap te brengen, dat God zich met eene afgewekene wereld verzoende" (1), maar we merken aanstonds, dat dit een vergissing is, een minder gelukkige uitdrukking. God was niet vertoornd en behoefde dus niet verzoend te worden. Beter is dan ook het onmiddellijk volgende : „Om de vijandschap in ons te niet te doen".

Naast deze opvatting van de verzoening staat de reeds genoemde beschouwing van Heystek „om ons ook met elkander te verzoenen en tot een te vergaderen". (2)

Het leerstuk der voldoening kan echter geen genade vinden in hunne oogen; Valk en Muller duiden het telkens aan door den minachtenden naam: „gruwel der verwoesting."

Valk zegt: „de gruwel der verwoesting, waarvan Jezus getuigd in Matth. 24: 15 is, dat er geleerd wordt, dat God door den val van Adam zoo vertoornd is geworden, dat hij de Mensch tijdelijk en Eeuwig moet straffen — volgens de 10e vrage in de catechismus — en vervolgens, dat Jezus den Vader met zijn bloed verzoend en betaald heeft.

En omdat die Leugen of Gruwel der verwoesting nu geleerd word, blijven de menschen gerust voortzondigen" (3)

En Muller laat zich aldus uit:

„Een logenleer is het, dat aan de regtvaardigheid Gods voor de zonde moeste voldaan worden." (4)

„Een verleidende leer" is het, dat Jezus voor ons betaald heeft, „wij zullen, een iegelijk voor zich zeiven Gode rekenschap moeten geven." (5)

„Fabelen" noemt Muller de stellingen „dat Jezus ons mef God zoude verzoenen, alsof de Vader ons niet anders lief heeft, dan

(') Muller vraagboekje vr 31.

(') Heystek Hoofd t. VIII vr 9.

(') Brief van 18 Juli 1849.

(*) Muller vraagb. vr 25. (5) id. vr 32.

Sluiten