Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als Christus had" ; geen toegerekende ! „want wij kunnen toch met geen minder geregtigheid voor God bestaan dan met de geregtigheid Zijnes Zoons." En daarom valt de volle nadruk telkens weer op de eischen Gods, bestaande in verloochening van ons zeiven, toewijding van ons leven aan God, navolgen van Jezus.

Teekenend — en zeker niet onvernuftig — is Mullers woordspeling: „door de waarheid [n.1. dat alles uit, door en tot God is] laat de mensch zich beter onderrigten, gelooft dezelve en wordt daardoor geregtvaardigd of vaardig tot het regt gemaakt." (V

Het is die waarheid, welke leidt naar de Godzaligheid, „welke niet krachteloos is, maar eenen iegelijk, die dezelve aanneemt, dadelijk verlost van de zonde, en in staat stelt om, regtvaardig en Godzaliglijk, in dezen tegenwoordigen boozen tijd te leven." (J) De waarheid maakt vrij! Niet Christus zelf, maar Zijne leer is onmisbaar ter zaligheid. Zijn leven en sterven hebben slechts waarde als zichtbare predikingen — en als voorbeelden.

En het stelsel, dat uitging van absolute onmacht is te land gekomen bij werkheiligheid.

8. TOEKOMSTVERWACHTINGEN. DUIZENDJARIGE RIJK.

BEDEELINGEN. ALGEMEENE ZALIGHEID.

In „de waarheid van Gods vrijmagt" teekent Muller, hoe ver de tegenwoordige maatschappij gezonken is door verwaarloozing van de waarheid, dat alles uit, door en tot God is. Reeds de lange titel geeft een aanwijzing van zijn betoog : „de waarheid van Gods vrijmagt... als de bron der goede werken ... de ware kennis van God en deszelfs uitwerking in en op den mensch. .. met de tegenovergestelde onkennis en deszelfs noodwendige gevolgen van dien staat."

De zedeloosheid neemt hand over hand toe, er is allerwege verregaande ongevoeligheid en liefdeloosheid — gelukkig, dat de overheid nog het kwaad kan beperken, zoolang de waarheid en de liefde nog niet in de harten der menschen gevaren zijn en de menschen van binnen-uit tot het goede drijven.

Het kwaad is in alle klassen der maatschappij doorgedrongen en daarom voelt Muller zich gedrongen, een ernstige waarschuwing

(') E. E. blz. 26 ik cursiveer. (*) E. E, Voorrede blz. VI en VII.

Sluiten