Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bjj Openb. 20 en voorts nog op een aantal plaatsen meer, welke ons eene onbetwistbaare gegronde boop opleveren, dat de ong^regtigheid, welke nu heerschende is, eenmaal van de aarde zal weggenomen worden, in welker plaatze alsdan de liefde en geregtigheid zal triomfeeren. (')

Deze gelukstaat hier op aarde, waarvan de grondslagen nu reeds gelegd zijn in de Broedergemeente, is het Duizendjarig Rijk. Het wacht nog op volle ontplooing — maar de tijd nadert de morgenstond breekt reeds aan.

Het achtste geloofsartikel (*) luidt:

„Wij geloven ook, dat God, na zes werkdagen, eenen zevenden dag verordineerd heeft om te rusten ; waarenede Hij heeft willen afbeelden eene verborgenheid, die Hij trapswijze al meer en meer heeft willen openbaren, bijzonder door de Joodsche Sabbatjaren en Jubel-jaar; en dat er nog een tijd van rust van al dien slaafschen arbeid der zonde op deze Aarde komen zal, hetwelk in de Openb. van Joh. duidelijker als ergens nog met ronde woorden bepaald wordt tot duizend jaren.. • waarin God. meer gekend, in geest en waarheid gediend en geërbiedigd zal worden ; en dat derhalven van zelve ophouden moet al die duisternisse, die van Adams val af in de wereld zoo veel arbeids, strijd en oneenigheden veroorzaakt hebbe ... de schaduwen zullen verwijnen en de dekzels en bewindsels behulpzelen, noodzakelijke machten en Overheden, die nu de Steunzels van dit gebouw zijn, zullen vanzelve met de poorten en grendelen, wallen en sterktens, oorlog en derzelver gereedschappen, een einde nemen — zoo als zij een begin hebben gekregen door de miskennisse van Gods vrjjmagt, ook alzoo zullen eindigen door het regte verstand, licht en kennisse Gods door Jezus Christus, vervat in deze woorden: „uit Hem, door Hem en tot Hem zijn alle dingen .

De verwachting van dezen naderenden gelukstaat op aarde vinden we reeds uitvoerig uiteengezet in het oudste ons bekende geschrift van Muller :

De tijd zal komen dat mijn Schriften en woorden ook van Uwl. [Muller spreekt tot zijne tegenstanders] gezogt zullen worden, wanneer de grond of het Fondament van dat Koningrjjk in ons openbaar zijnde en verder meer algemeener bekend zal worden onder ons gekomen te zijn. Ik meen dat Koningrijk dat men in 't gemeen het Duizend Jarige Rijk van Christus gewoon is te noemen.... ieder der thans onder de Kristenen bestaande Sektens is niet. geheel vrij te denken, dat zijne Sekte min of meer wanneer dat Heerlik Rflk komt, verheven zal worden, 't welk geheel en al bedrog is, terwijl dat Rgk komende alle Sektens te niet zal maken en alleen uit al de onderscheidene Sektens de waarheid die er nog in is behouden zal.... dan komt het Regte verstand van dat wetwoord: God lief te hebben boven zich zeiven en zyne Naasten als zich zei ven .... En wanneer er nu Een Volk gevonden word, daar het alzoo verstaan en beoefend word, daar is de grond gelegt tot

C1) Muller vraagb. vr. 60.

C) In Heringa's handschrift.

Sluiten