Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De broeders spreken van „bedeelingen" — vooral Dirk Valk is hier in zijn element.

Muller spreekt er slechts terloops over : „Jezus voert Gods plan uit, door alle bedeelingen en strijd-orden of tijdperken heen, totdat de eeuwigheid een einde neme in de oneindige duurzaamheid". (*)

Valk spreekt van drie bedeelingen.

De eerste is, ,,dat God zich, door Mosis, overeenkomstig de behoeften en vatbaarheid des Volks, in een schaduwachtige offerdienst heeft geopenbaard: zijnde zulks zijnen goeden wil."

De tweede is: ,,dat God zich door Jezus Christus, in den Hem welbehagelijken wil, nader heeft verklaardt, door de schaduwachtige offerdienst meer geestelijk te verwezenlijken."

»De derde bedeeling is de waarheid, die thans krachtig werkzaam zal zijn om alles tot één te vergaderen, beide dat in den Hemel en op aarde is, hetwelk nu den vollen wasdom of mannelijkheid der waarheid zal uitmaken... uitgedrukt door de woorden, dat alles uit, door en tot God is." (2)

Zooals we reeds hoorden, neemt Heystek 7 bedeelingen aan (»); insgelijks Obeloo :

„7 tijdperken, bedeelingen of nadere openbaringen van God aan de wereld, beginnende het eerste tijdperk met Adam, het tweede met Noach, het derde met Abraham, het vierde met Mozes, het vijfde met de profeten, het het zesde met Jezus den Christus, terwijl het zevende, voorgesteld door de zevende dag der weeke, als den Rustdag, noch te wachten staat, alhoewel hetzelve reeds op aarde, maar nog weinig bekend is." (*)

Hierin komen allen echter overeen : de laatste bedeeling, hoewel nog niet volkomen geopenbaard, is toch reeds aan het komen.

Het is nog duister, maar de morgenstond brèekt aan. Men is in een crisis.

Weldra zal het Beest zijn volle kracht hebben geopenbaard en dan komt het Godsrijk.

.(') keurig Ev. blz. 29. De schrijver verklaart deze laatste duistere uitdrukking in een noot aldus: „men weet toch, dat de eeuwigheid de oneindigheid niet insluit, maar wel. dat de eeuwigheid door de oneindigheid of oneindige duurzaamheid wordt ingesloten."

(*) Brief van 1 April 1884. Copieboek A blz. 23 ev.

(») Ware leer der Zaligheid, blz. 54 zie ons citaat op blz. 202.

(*) Voorlezing blz. 9.

Sluiten