Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dieu est tout ce qui est;

Tout est en lui, tout est par lui.

Nul de nous n'est hors de lui;

Mais aucun de nous n'est lui.

Chacun de nous vit de Sa vie

Et tous nous communions en lui

Car il est tout ce qui est!" (*)

Mr. Quack zegt: „ten zeerste zou men hen verrast hebben, wanneer men hun had aangetoond, dat ditzelfde vage bewustzijn, dat in hen leefde, voor een deel de grondtoon vormde van wat de leiders van het St.-Simonisme in diezelfde dagen in Parijs uitspraken." (2)

Maar uit de correspondentie van Valk blijkt, dat zij zich van dit bondgenootschap zeer wel bewust waren.

In Mullers geschriften vinden we zelden —en dan nog terloops — eenige melding van de Fransche socialisten dier dagen. Te Zwijndrecht scheen men over het geheel minder oog te hebben voor de buitenlandsche, geestelijke bewegingen — de kring te Mijdrecht echter las veel en hield zich met belangstelling op de hoogte van den tijd. We maakten reeds melding van Obeloo's voorlezing, we zullen in Valks brieven nog meerdere bewijzen vinden van belangstelling in de merkwaardige geestesstroomingen.

Ik schrijf dit letten op de teekenen der tijden dan ook toe aan de grootere plaats, die de toekomstverwachtingen in den Mijdrechtschen kring innamen. Wederkeerig trokken de broeders de aandacht der Fransche geestverwanten. Mr. Quack maakt melding van een bericht aangaande de broederschap „in het weekschrift „1'Européen", hetwelk de bekende Buchez te Parijs in het jaar 1832 uitgaf". (s)

(') Quack Gidsartikel t. a. p. blz. 231.

(') Mr. Quack Gidsartikel t. a. p. blz 231.

(*) Mr. Quack Gidsartikel t. a. p. blz. 251. Deze Buchez had zich in 1830 van de school der St. Simonisten afgescheiden. De wenteling, die Bazard en Enfantin in 1829 aan het St. Simonisme deden ondergaan, was in de richting van het Pantheisme en daarvan wilde Buchez niet weten. Positiever dan vroeger aanvaardde hjj de geloofs-beljjdenis van het Christendom ; de openbaring Gods, zooals het Christendom die gaf, moest tegelijk beginsel en regel van de Sociale organisatie wezen.

In December 1831 richtte hij het weekblad „1'Européen op." De hoofdgedachte van dit weekblad was: aanwijzing der economische en staatkundige instellingen, die eene sociale verwezenlijking der Christelijke leer zouden kunnen bewerken.

Sluiten