Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eeuwige gelukzaligheid. En al zien of doorgronden wjj zulks nog niet geheel in alle hare deelen, evenwel is het zeker, want „eenmaal zal alle yleesch de zaligheid Gods zien", volgens het getuigenis van den Euangelist Lucas bjj Cap 3 : 6. Eens zal al het schepsel, dat nu de dienstbaarheid der zonde, met derzelver gevolgen van pijn en smart onderworpen is, daarvan verlost worden; — eens zal al het schepsel juichen in Gods eeuwige liefde en barmhartigheid; —eens zal hetzelve zich hartelijk verheugen in de aanbiddelijke liefde en wijsheid Gods, wanneer Hü hen allen, in en door JezuB den Christus zijnen zoon, zal teregt gebragt en tot zonen en dochteren zal herboren hebben ; wanneer God alles in alles zal zjjn; — alsdan zal de dood verslonden zyn tot overwinning. Alsdan zal men vragen, Dood[! waar is nu uw prikkel1!' Hel! waar is thans uwe overwinning? Wjj hebben der zonden-prikkel, en de verdoemende kracht der wet overwonnen, door de kracht der Goddelijke liefde, in en door Jezus Christus onzen Heer!" ('j Ken gelijken gang neemt Mullers waarschuwing in „de waarheid van Gods vrijmagt." Hij eindigt zijne „inleiding" aldus:

,,r.oekende niet anders, door God, als Uwl. behoudenis; en ik zal mij verblijden, als God U de waarheid te verstaan geeft, waardoor Gjj vrijgemaakt moei worden van Uzelven en hetwelk onophoudelijk mijne bede is tot God, die het ook, op zjjnen tijd, zeker doen zal." Dan volgen ongeveer dezelfde woorden, als we citeerden uit „het Eeuwig Evangelie"; maar nu niet slechts een loflied in proza, thans een hymne in onregelmatigen korten maatslag, maar treffend in zijn eenvoud.

„Toen het leven van Jezus

Mij kwam bestralen,

Stierf ik den dood.

Doe Hij in mij opstond,

Moest ik nederdalen

ln zjjn en mijns Vaders schoot.

'tWas vreeslijk te gevoelen,

Eer bekend was het bedoelen

Van Vader en Zoon, om mij te geven

Het eeuwige leven,

In Zjjnen troon.

Mijn Ik daalde neder

Met vrees en schrik;

Ja, Ik daalde neder

Als in een oogenblik.

Doe was ik verdwenen,

En weg was de schrik,

Veranderd in vreugde

In 't nieuwe Ik.

O Zalig dalen in Godes troon!

(') E. E. paragraat 24. blz. 32—34.

Sluiten