Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VI.

De laatste bladzijden uit de geschiedenis der verspreide broeders.

In 1843 was de broederkring te Zwijndrecht wettelijk ontbonden ; de afdeeling te Mijdrecht rekte nog eenige jaren haar kwijnend leven.

Verspreid over verschillende dorpen bleven nog wel sommige geestverwanten in onderling verkeer leven, maar de gemeente was verdwenen en de meest kenmerkende trek van hunne vroegere samenleving kwam nog slechts aan het licht in hunne ruime mededeelzaamheid en algemeene menschenliefde.

Of — hunne oude tradities openbaarden zich, zooals in dien bakker te Heukelum, van wien Mr. Quack verhaalt: „Hij bleef getrouw aan denkbeelden van nivelleerende strekking. Hij bracht op zijn manier in zijn ambacht een middel in toepassing, om het, volgens hem, schandelijk verbroken evenwicht in de maatschappij te herstellen. Hij vroeg namelijk van de notabelen van het dorp twee centen meer voor een brood dan van de overigen en gaf het brood aan de armen voor twee centen minder.

Men maakte hem dikwijls de opmerking, dat het een vreemdsoortige, eigenaardige manier van doen was, die veel overeenkomst had met de praktijk, de hand in eens andermans zak te steken en zoodoende aalmoezen uit te deelen. Doch hij hield stokstijf vol: daar doe ik een goed werk mee; zoo moest het overal zijn!" (')

De broeders bleven „iets afzonderlijks en vreemdsoortigs" behouden, maar onder alles bleef de broederliefde bestaan. Velen hebben mij verteld van de hartelijkheid, waarmede de broeders elkander steeds ontvingen, ook toen de organisatie reeds lang te niet was gegaan.

Voor we de laatste herinneringen aan de verspreide geestverwanten bijeenbrengen, volgen wij Maria Leer op haren levensweg,

(') Gidsartikel t, a.p. blz. 262 en 26lj.

Sluiten