Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Tot in hoogen ouderdom bleef zij werkzaam, licht verspreidend en liefde betoonend aan allen, die haar omringden", zoo getuigen hare gedenkschriften (J) en ze teekenen ons meesterlijk de laatste omzwervingen van deze merkwaardige vrouw, haar opgeruimden aard, practischen zin en doortastend optreden.

„Omstreeks het jaar 1844 vinden wij haarte Katendrecht aan de overzijde van Rotterdam. De Vissers, die van daar afkomstig waren, hadden er nog verwanten en Maria's dochter Josina huwde met een dier neven." (2)

Maria's doorzicht en voorbeeld bracht orde en blijdschap in dit gezin, welks geluk door de slordigheid van hare dochter ernstig bedreigd werd.

Met geduld en teederheid redde zij een ander gezin van de drankellende, en met zachte leiding bracht zij den huisvader terecht.

En merkwaardig was het, hoe de zucht naar wetenschap en kennis deze ongewone vrouw bijbleef. Welk een nieuwe wereld van gedachten opende zich nog voor haar, toen zij, vele jaren later, in Dordrecht de bekende „slaapster" leerde kennen. Zij zag er meer in dan een kermisvertooning, daar waren „verborgen krachten, wier wonderbare werking nog wel eens eenmaal tot klaarheid zou komen, wanneer knappe menschen er zich mee gingen bemoeien." (3)

,,Zij had van tafeldans en spiritisme hooren praten, er ook van gelezen en dat zou, zoo dacht ze, wel verwantschap kunnen hebben met wat zij nu in Dordrecht toch waarlijk had bijgewoond, en eer ze nu naar Leiden ging, [4] wou zij bij dien heer eens aangaan, van wien zij die vertoogen over het spiritisme gelezen had ; zij hoopte bij hem nog eenig licht over die zaak te vinden. Het was wel bij het vrijpostige af, maar zij was er toch vast toe besloten; hij kon niet meer doen dan haar de deur wijzen, en als het den man om de waarheid te doen was, waarom zou hij dan afwijzen, wie waarheid zocht ? Men had haar wel verteld, dat er menschen waren, die door wilskracht iemand tot zich konden trekken en laten doen en gelooven wat zij wilden. En deze heer kon nu menschen, die sinds lang dood waren, bij zich laten komen, ze

(>) Anagr. blz. 107.

(') Anagr. blz. 107. Josina Leer overleden 2 Dec. 1848, was nl. gehuwd met Cornelis Visser, overleden te Zwjjndrecht 24 Juni 1864. Het verblijf te Katendrecht valt dus kort na de ontbinding der Broederschap.

(') Anagr. blz. 121.

[t] We zjjn hier reeds in de jaren, dat Maria te Leiden woonde op haar hofje — blykens het vervolg is Maria reeds „in de zeventig" — dus ongeveer 1860.

Sluiten