Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de band der gelijktijdigheid, is er niet tusschen deze beide secten ( )

Mazereeuw is een oefenaar, zooals er in die jaren op tallooze plaatsen van ons vaderland waren, alleen een graadje dweepzieker nog dan de overigen van dat soort — daarbij wat zonderlinger in zijn optreden, op het kantje af lijdend aan [hoogmoedswaanzin.

Hij deelt in veler haat tegen het Hervormde Kerkgenootschap, dat hij „voor bedorven en eenen Baalstempel uitkrijt."

De Zwijndrechtsche broeders hebben zich nooit tegen een bepaald kerkgenootschap gekeerd, zij richtten zich tegen het officieele Christendom in 't algemeen.

Er zijn enkele punten van overeenkomst, maar zij zijn van

ondergeschikt belang.

Mazereeuw deelt met velen uit den broederkring de verwachting van een haastig naderend einde der wereld, maar deze verwachting is niet zóó kenmerkend, dat daaruit tot verwantschap mag worden geconcludeerd.

Eenige overeenkomst vindt men ook in het leerstuk van Doop en Avondmaal, of, liever nog, in de practijk dezer sacramenten, hoewel Muller niet zoo beslist was in de verwerping er van.

„De Doop en het Avondmaal worden bij Mazereeuw niet bediend, niet, zooals men ligt zou kunnen meenen, omdat zij tot geen bepaald Kerkgenootschap behooren en dus niemand zich in hun midden zou bevinden, geschikt of gerechtigd, om die plechtigheden te verrigten oi te besturen, maar omdat zij — altijd op Mazereeuw s gezag — die instellingen van Christus voor vervallen houden.

Wij zijn, zeggen zij, in het laatste der dagen , de tijd, waarin Doop en Avondmaal moesten bediend worden, is voorbij; of wel, de wereld is te zondig en te verdorven om ze te mogen gebruiken." (J)

De plaats, die doop en avondmaal in het „nieuwe licht" innemen, is echter ook te ondergeschikt om daaruit tot verwantschap te besluiten — en de verwaarloozing van het avondmaal op die

Zie over deze secte het bericht van W. C. van Campen, predikant te Opperdoes, in het „Archief voor Kerkelijke Geschiedenis mzonderheid van Nederland, verzameld door N. C. Kist en H. J. Royaards" 20ste deel 1849 blz. 102 env.

(>) Van Campen, t, a. p.

Sluiten