Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4o. het dubbelzinnige onderteckcningsformulier van 1816. Het behoeft geen betoog, dat dit punt geheel buiten hunnen

gezichtskring viel.

5o. de onbekeerde staat van de meeste predikanten.

Ia, daarop spraken de broeders hun Amen uit, maar het staat te bezien, of De Cock en Scholten in hunne oogen genade gevonden hebben en een uitzondering op dien regel zullen gemaakt hebben — evenmin als Molenaar!

Kortom : Kerkherstel, hoe volledig ook in leer en bestuur en tucht, alles zou toch door de broeders van de hand zijn gewezen als lapmiddel. Wat gaf reorganisatie zonder een geheele omzetting van het Christendom ?

De Zwijndrechtenaars dus ook maar uit de verte verwant te rekenen aan de Afgescheidenen, houdt geen steek.

Dat beiden in de jaren van de afgescheidenen-vervolging wel eens naast elkander werden genoemd, bewijst nog niets voor verwantschap.

Zoo zeide Mr. A. M. C. «v. Hall in zijn pleitrede voor de

vervolgden : (')

„...Niemand mete met tweederlei maat. Of beweeren de beklaagden niet teregt, dat die tweederlei maat hier te lande tegen hen gebezigd wordt, waar zulk een buitengewoon regt, als het onderhavige, op hunne bijeenkomsten alleen wordt toegepast, terwijl in Zuid-Holland de zoogenaamde Zwijndregters, eene verderfelijke secte van dweepers, in Noord-Holland soortgelijke sectarissen onder den naam van Polsbroekers gekend, geduld worden" De verdediger der vervolgden was blijkbaar niet geheel op de hoogte van de broederschap — hij onderscheidt Zwijndregters van Polsbroekers, vergeet, dat de broeders met hunne huisgemeenten niet onder het bereik der wet vielen en wist blijkbaar niet, dat de eerste jaren der broederschap evenzeer vervolging

te zien gegeven hadden.

Maar duidelijk is het, dat hier tenminste geene verwantschap van Nieuwlichters en Afgescheidenen wordt verondersteld, en ik geloof niet, dat iemand het in die dagen gedaan heeft,

Het optreden was bij beiden reeds zoo geheel verschillend. De nieuwlichters werkten individueel. Zij begonnen hunne refor-

(i) j)e vrijheid van Godsdienstoefeningen in Nederland verdedigd, 2e druk 1835 blz. 12.

Sluiten