Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drongen en op sommige plaatsen zeer schadelijken invloed hebben uitgeoefend." (')

„Ten onrechte als voorloopster beschouwd" : daarmee ben ik het volkomen eens. Maar mij dunkt, dat de schrijver een ongegrond vermoeden uitspreekt, als hij nu toch de hardheid tegen de Afgescheidenen gaat toeschrijven aan onvoldoende kennis bij de overheid, die de Afgescheidenen vereenzelvigde met de Nieuwlichters.

De schrijver vermoedt n.1. dat de koning, ,,nu hij deze secte [de Nieuwlichters] zoo gunstig had behandeld, toornig is geworden, meenende, dat van zijne goedheid misbruik werd gemaakt, en daarom zoo hard op aandringen der vijanden der scheiding, tegen hen is opgetreden." (2)

Dat de overheid zoo weinig zou hebben onderscheiden, is bijna onaannemelijk; dat Willem 1 zelfs geen onderscheid zou hebben gezien, is het zeker.

Als er tenminste eenige historische waarheid ligt in het desbetreffende verhaal van Maria's gedenkschriften, dan moet Willem I zich zeer wel bewust geweest zijn van de ,.geavanceerde" denkbeelden der Nieuwlichters — en m. i. zal de koning toch ook wel zöö veel op de hoogte geweest zijn van de beweegredenen der Afscheiding, dat hij dit streven moeilijk verdenken kon van zulke „geavanceerde denkbeelden", of van een vooruitstrevend karakter.

Anagrapheus verhaalt (I), dat prof. Tydeman den koning inlichtte omtrent de denkbeelden tier broeders, waarop de koning antwoordde: „Zoo geavanceerd als uwe vriendin [Maria] zijn wij nog niet, professor.''

Het verhaal van Ds. Kok luidt aldus:

„Het was in den nazomer Tan 't jaar 1836, dat op zekeren dag Dwingeloo in rep en roer werd gebracht, doordat 4 wagens vol nienschen, die zeer luid psalmen zongen en met zakdoeken wuifden, het dorp kwamen inrijden.

De Psalmzingende gasten zochten de Afgescheidenen op. De leider van deze schare was een zekere Jan de Blauw, bakker te St.-Johannesga, in Friesland, bijgenaamd de vrome Jan. lljj had bjj zich eene vrouw, met wie bjj echter niet gehuwd was, Jacopje genoemd, die eene prol'etesse was, zooals de Blauw zeide, en op eene bijzondere wjjze met den Geest was vervuld, lljj werkte en leerde op dezelfde wjjze alsdeZwjjndrechtsche Nieuwlichters en n^ar alles wat wjj van hem hoorden en

(') Wachter No. 16.

(') Wachter No. 18.

(3) t. a. p. blz. 93.

Sluiten