Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En waren de broeders zoo geheel \reemd aan een „vrije" Bijbelbeschouwing ? Evenmin !

Maria voelt zich zeer op haar gemak onder de moderne prediking... en zij stond daarin zeker niet alleen onder de leden der broederschap.

We zagen vele verwante gedachten (') — vele punten van aanraking tusschen Groningen en Zwijndrecht — natuurlijk zijn er verschilpunten ook.

De mystieke richting van Groningen heeft niet geleid tot een mysticisme als bij Maria Leer, en dat wel door het verschil van theistisch standpunt ter eene en pantheistische neiging ter andere zijde; — en het Chiliasme der broederschap werd door de beschouwingswijze te Groningen — wat betreft den tusschenstaat ei* het laatste oordeel — eenvoudig onmogelijk gemaakt.

In 't geheel genomen is echter de overeenkomst sterker sprekend dan het onderscheid.

En... merkwaardig is ten slotte beider verloop.

Wij zagen Maria Leer te land komen bij het Modernisme. Hoe ging het de Groninger School ?

We mogen niet zeggen, dat zij opgegaan is in de Moderne theologie — ze heeft nog altijd een eigen karakter gehandhaafd — we mogen evenmin zeggen, dat de moderne theologie uil haar is voortgekomen.

Al gingen sommige hoofdvertegenwoordigers tot de modernen over, als Meijboom en Muurling, er bleef een diepgaand verschil tusschen Hofstede de Groot en Opzoomer of Scholten. (*)

Hoe verhouden beide richtingen zich dan tot elkander? Heer-

(') Slechts terloops wjjs ik er hier nog op, dat de Groningers evenmin als du Nieuwlichters de volle diepte van de zonde erkennen. Over het algemeen is de hamartologie weinig ontwikkeld in hun systeem, maar toch ontbreekt het niet geheel aan gegevens. Zie b.v. Hofst. de Groot, Gron. godgel. blz.,lt>5: „niet onze natuur, maar alleen onze toestand is door de zonde besmet."

Op de overblijfselen van het beeld Gods in ons, wordt begrijpelijkerwijze dan ook zeer sterk de nadruk gelegd — en staat ook de hooge verheffing van de Theologia Naturalis daarmee niet in nauw verband V Evenzeer wor.Jt daardoor de weg geëffend voor de verwerping der voldoeningsleer.

He Groot zegt ook in zijn „Toelichting aan Mr. I. da Costa" blz. 30: „Van de verzoening der zonden spreken wij niet overal, dewijl ons deze /.aak niet begin en einde, middenpunt en levensbeginsel van het Evangelie is, gelijk den heer da Costa."

(') Zie vooral de rede, die de Groot in Oct. 18G9 te Wezel hield, over „de moderne Theologie in Nederland, volgens de Hoofdwerken harer beroemdste voorstanders". In druk uitgegeven 1870. Een uitvoerig overzicht geeft Hewspink in /jjn „Hofst. de Groot" blz. 253 tot 208.

Sluiten