Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De „Nederlandsche Theologie", die Groningen wilde le\eren, bleek echter evenmin bestand tegen het oordeel der geschiedenis, alhoewel de Groninger theologen in de kerk zijn gebleven.

Ook deze richting heeft hare taak gehad ; evenals de broederschap heeft zij met kracht en klem geprotesteerd tegen het dorre intellectualisme, dat geen bevrediging kon geven voor de behoeften

van het menschenhart.

Welk een „onmogelijke" combinatie immers in dat „rationeel-

supranaturalisme".

Het rationalistische element, dat we in dien crisistijd in worsteling zien gaan tegen het oude supranaturalisme, moet zich losmaken van die onnatuurlijke koppeling.

Het willen vasthouden aan beide tegelijk, is de verkla.ing van zooveel heterogeens in de opvattingen van velen uit die dagen het willen scheiden is de verklaring van den strijd.

Als Hofstede de Groot „het ware" in beide wil vereenigen, miskent hij het onverzoenlijk karakter van die twee.

„Jezus aanhangen en door Hem in den Vader gelooven is ons het ware, dat aan het supranaturalismus, Jezus begrijpen en door Hem den Vader kennen is ons het ware, dat aan het Rationalismus ten grondslag ligt.' (')

In haar wezen is de Groninger school noch het ééne, noch het andere, maar een mengeling van beide, een beeld van den tijd; de tegenstellingen, die zij nog in zich vereenigt, zullen straks uit elkaar gaan; van duurzamen vrede kan geen sprake zijn ... als de geesten maar eerst geheel ontwaakt zijn !

De Groninger school staat op de grens ; ze vormt de overgangsperiode van lustelooze onverschilligheid tot heldere zelfbewustheid. Zij geeft een stoot, maar heeft ook afgedaan als de beweging

ten volle is doorgewerkt.

Scherp staan dan de partijen tegenover elkander: de oude orthodoxie verjongd in levenskracht, en het modernisme, de voldragen vrucht van wetenschappelijk-rationalisme, historisch-critisch onderzoek en empirische wijsbegeerte.

Het rationalisme en het supranaturalisme zijn ver uiteengegaan.

Dit heterogene in de Groninger school openbaart zich ook formeel in de uitdrukking harer gedachten — zij gaat niet geheel vrij uit bij het verwijt harer tegenstanders, dat zij hare afwijkende meeningen tracht te verbloemen onder de oude orthodoxe termen.

(') Gron. godgel. blz. 211.

Sluiten