Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 282 —

munisme in nauwen samenhang met antinomisme (') en ontaardt de gemeenschap van goederen in gemeenschap der vrouwen. (2) Ook bij de latere Cynici ging gemeenschap van goederen gepaard met het communisme der vrouwen. (3)

PI at o wilde in de klassen der Archonten en Krijgslieden, voor welke hij gemeenschap van goederen voorschreef, hetzelfde ; de kinderen uit deze gemeenschap zouden dan als staatskinderen worden beschouwd. (4)

Velen van de Fransche communisten leeraarden in gelijken geest. E n f a n t i n veroorzaakte door deze geestdrijverij een scheuring in de St.-Simonistische gemeenschap, zoodat B a z a r d met velen van de edelste figuren zich van hem losmaakte. (5)

De door Buonarotti op de grondstellingen' van Baboeuf gestichte broederschappen, predikten ronduit de opheffing van alle eigendom en de losmaking van het huwelijk en van de familiebanden. (6)

Ja zelfs de Engelsche Industrieel R o b e r t O w e n, de wegbereider der coöperatie, wiens grootsche organisatie onder zijne arbeiders, in den beginne zulk een sympathie wegdroeg van zijn eigen medeburgers, beleefde een volledige nederlaag door dezelfde ontaarding zijner beginselen, toen hij een communistische maatschappij wilde stichten met vrijen geslachtsomgang in plaats van den echt en volledig gemeenschapsleven in plaats van de familie.

Het communistisch manifest van Marx en Engels (1848) verdedigt de Sociale opvoeding en de vrouwengemeenschap feitelijk ronduit: „Men zou hoogstens de Communisten kunnen verwijten, dat zij in stede van een schijnheilig bedekte, een officieel e openlijke vrouwen-gemeenschap zouden willen invoeren." (7)

Ook het communisme, dat geheel uit godsdienstige beschouwingen was voortgekomen, had geen beter lot; wij zien het aan de Nieuwlichters.

Zoo ging het ook met de Bijbelcommunisten of Perfectionisten van de Oneidagemeente in Amerika. Zij rekenden zich vrij te doen, wat de geest hen ingaf — de heiligen zondigen niet —

(') Eusebius H. E. 4. 7.

(*) Zie aant. in Eusebius' uitgaaf door Abraham Arent van der Meersch Amsterdam 1748 blz. 175.

(*) Diog. Laert. VI, fit).

(*) De Respubl. V. 457 o.

(5) Quack. Socialisten III blz. 73-83.

*6) id. III blz. 262.

(7) Quack. Social, 1,Y 463.

Sluiten