Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 285 —

Alle communauteiten berusten — bewust of onbewust op de beschouwing, alsof de aardsche welstand einddoel van het menschelijk leven ware of ten minste onmisbaar hulpmiddel tot geestelijke en zedelijke ontwikkeling.

„De mensch zal bij brood alleen niet leven," wordt zoo licht verwaarloosd en het zwaartepunt van het bestaan verlegd naar het tijdelijke leven.

In dit opzicht zijn de moderne communauteiten wezenlijk verschillend van het — eveneens communistisch ingerichte — monnikenwezen in zijn oorspronkelijken toestand.

Hoofddoel van het monnikenwezen was: ontvluchting van de wereld en de maatschappij; het communisme houdt steeds het oog gevestigd op de maatschappij — zelfs zijn tijdelijk terugtrekken op eigen kring is toch bedoeld als een werken op het geheel.

Armoede kon dus de eerste kloostergelofte worden — helaas later verminkt door de sofistische onderscheiding van persoonlijken gemeenschapsbezit; het communisme moet algemeene welvaart in zijn vaandel schrijven.

Er is innerlijke tegenspraak in het christelijk communisme, ook hierom, dat het, gehoorzaamheid aan God predikend, toch de door God verordende huwelijks- en familiebanden losser maakt.

Aan het huwelijk wordt zijne heiligheid ontnomen, het huisgezin wordt vernietigd, ouderlijke macht maakt plaats voor centraal gezag — en de persoonlijkheid dreigt onder te gaan in de algemeenheid.

Tot een juiste en billijke beoordeeling van het Communisme der Zwijndrechtsche broederschap moeten we nog één ding in

het oog houden.

Dr. A. Kuyper zegt aangaande de gemeenschap der goederen

in de oudste Christengemeente:

„Lang niet zoo grif en gul zou men te Jeruzalem nu voor 18 en een halve eeuw have en goed veil hebben geboden en gedeeld, indien niet overweldigend de verwachting van Jezus wederkomst ten gerichte der gemeente had aangegrepen. Ongetwijfeld verwachtten ze de komst des Heeren op de wolken reeds bij hun eigen leven. Niet na zoo lange dagen. Neen, maar straks. En juist, omdat dit op til zijn van de wederkomst des Heeren aan het goed zijn waardij ontnam, gingen ze gereeder over tot verkoop

Sluiten